Zomerse maart in de Pannenhoef

Het broedseizoen is van start. Vanaf maart zie je zeker met het prachtige zachte weer van de afgelopen tijd dat veel vogels volop in de weer zijn. Met partners lokken vanaf de zangposten, met de partnerband versterken met baltsrituelen, met het zoeken en verdedigen van territorium en het bouwen van het nest, en met natuurlijk het leggen van de eerste eieren. En ja, ik heb op vrijdag 11 maart al de eerste twee eieren zien liggen in een nest van een paartje Futen. Ook de Koolmezen in de tuin waren de nestkast druk aan het vullen met nestmateriaal.

Altijd mooi, altijd afwisselend en ook altijd nog verrassend, dus een regelmatig rondje Pannenhoef is altijd een goed idee. Begin maart ging ik vooral om nog even de Klapekster te zien voordat die weer vertrekt naar zijn broedgebied, maar tijdens de wandeling was er ook op de Pannenhoef al heel veel voorjaar te horen en zien. De Vinken doen hun vinkenslag, de spechten waren volop aan het roffelen en roepen en meerdere mezen soorten zag ik druk met het charmeren van een partner of het verzamelen van het eerste nestmateriaal. Én de zomergasten druppelen binnen. De Tjiftjaf, Roodborsttapuit, Boerenzwaluw en Zwartkop zijn weer gehoord en gezien!

Meesjes

De eerste week van maart kwam ik al wat Staartmeesjes tegen die druk waren met het verzamelen van nestmateriaal. Staartmezen maken een prachtig nest van mos, korstmos, spinrag en veertjes dat vaak diep verscholen is in de begroeiing zoals een Bramenstruik.

Ook bij de Kuifmezen werden de beste charmes in de strijd gegooid met het verleiden van een soortgenoot met een lekker hapje. Ook bij vogels gaat liefde door de maag. En het is handig om te weten dat je partner goed is in voedsel verzamelen voor de toekomstige jongen. Kuifmezen broeden het liefst in bossen met voornamelijk naaldbomen, maar hebben wel graag een dode berkenboom om hun nestje in uit te hollen. Van half april tot juli kunnen ze één tot twee legsels bebroeden van gemiddeld vier tot acht eieren. Als Kuifmezen volwassen zijn blijven ze eigenlijk jaarrond in een vast territorium. Wel hebben ze wat te vrezen van Spechten, die eten graag eieren van meesjes. Laten die Spechten nu net ook goed vertegenwoordigd zijn in de Pannenhoef.

Spechten

De bossen in de Pannenhoef zijn erg gevarieerd, en ook oude of dode bomen spelen hier een belangrijke rol in het ecosysteem. Het is een fijne leefomgeving voor de vele spechten die er voorkomen. De vijf spechtensoorten van Nederland zijn in dit gebied allemaal te vinden. De Grote Bonte Specht en Groene Specht zijn het beste vertegenwoordigd, maar de Kleine Bonte Specht en de Zwarte Specht zijn inmiddels ook regelmatig te horen en zien. De Middelste Bonte Specht wordt nog het minst waargenomen. Die is in het Liesbos wat makkelijker te vinden nog.

De Kleine Bonte Specht is mijn persoonlijke favoriet. Ze zijn zo lekker acrobatisch tijdens het zoeken naar insecten aan de dunste twijgjes. Een week geleden kwam ik nog wandelaars tegen in de Pannenhoef die zich verbaasd hadden over een mini specht, totaal verrast hoe klein die was. De Kleine Bonte Specht is namelijk maar zo groot als een Huismus. Je oog moet er maar net op vallen als ze snel in de bomen bewegen. Die manier van bewegen is dan natuurlijk wel weer het meest herkenbare. Het silhouet en de manier van bewegen zijn gewoon overduidelijk zoals bij de andere Spechten. De roffel van de Kleine Bonte Specht is langer en zachter dan die van de Grote Bonte Specht, en de roep is snel, hoog en schel zoals je van een kleine specht zou kunnen verwachten. Op alle onderstaande foto’s zie je een mannetje. De vrouwtjes hebben geen rood petje.

Een andere mooie specht heb ik de afgelopen weken ook regelmatig gezien in de Pannenhoef. Eigenlijk kwam dat vooral omdat ze begin maart erg luidruchtig aanwezig waren. De baltsroep was zeer luid. Dus ik ging rustig op een bankje zitten en wachtte af. En dat geduld werd beloond, want steeds kwam hij of zij even snel voorbij gezet, de indrukwekkende Zwarte Specht.

Uitersten

Het was extreem goed en warm weer. Heerlijk wandelweer natuurlijk. Maar er waren ook wel erg veel dingen al te zien die toch wel veel vroeger wakker waren dan normaal gesproken. De app van waarneming.nl heeft me regelmatig de vraag gesteld of ik wel zeker was van mijn waarneming omdat het zeer onwaarschijnlijk was in deze periode van het jaar.. Maar we zagen toch echt al volop vlinders zoals de Oranjetipjes en Boomblauwtjes die meestal pas vanaf april te zien zijn. Ook de Levendbarende Hagedissen kwamen lekker genieten van de warmte van de zon. Genieten, maar ik was ook wel een beetje bezorgd. En dat bleek terecht. Want de koude periode met sneeuw die nog kwam eind maart kan toch behoorlijk extra energie kosten als je als vogel net al je eerste eieren hebt gelegd. Hopelijk valt het mee en zijn de eerste nesten toch veelal succesvol.

Sommige soorten overwinteraars zijn natuurlijk in maart ook nog steeds te bewonderen, of het nu warm of koud is in Nederland. Zo zag ik nog een laatste keer de Klapekster half maart, en waren er ook nog Sijsjes, Kramsvogels en Koperwieken. De Klapekster gaf een mooi spektakel weg. Terwijl ik rustig in de vogelkijkhut zat, besloot hij te gaan jagen. En met succes. Na een snelle duik naar de grond vloog hij weg met een mooie koudbloedige prooi die waarschijnlijk dacht dat hij veilig kon liggen opwarmen in de zon.

Klapekster met prooi

Mooie ochtend in de Hollandse Biesbosch

Op zaterdag 19 maart had ik een excursie op de Tongplaat in de Biesbosch. De Biesbosch is natuurlijk een groot nationaal park, maar dat is opgedeeld in verschillende deelgebieden met ieder weer een wat verschillend eigen karakter. De Tongplaat hoort bij de Dordtse Biesbosch (je hebt ook nog de Sliedrechtse Biesbosch, de Brabantse Biesbosch en de Nieuwe Dordtse Biesbosch). De excursie was georganiseerd door de vogelwerkgroep. Ik was zo vroeg wakker dat ik voor de excursie zelf ook alvast een rondje liep. Het was prachtig zonnig weer, en er was veel te horen en zien. Het was voor mij een nieuw gebied, en ik vond het leuk om eens op een ander stukje Biesbosch te komen dan waar ik zelf meestal naartoe ga (de Noordwaard in de Brabantse Biesbosch).

Tongplaat

De Tongplaat is een voormalige landbouwpolder, maar sinds 2012 heeft de natuur hier weer vrij spel gekregen. Het getij is terug in het gebied, en er is een korte wandelroute ( ca. 4km) om de vele vogels in het gebied te bewonderen. Op het uitkijkpunt langs de Merwede kun je goed uitkijken over het gebied en de rivier. Regelmatig is hier een Zeearend te zien, dat geluk had ik deze ochtend ook! Ver weg helaas, maar heb er een gezien. Op de rivier waren ook aardig wat Grote Zaagbekken te zien, maar ook deze zaten wat te ver weg voor goede foto’s. Alsnog is het genieten van het landschap in de opkomende zon en de wat minder schuwe vogels die wel wat dichterbij te bekijken zijn.

In de vogelkijkhut was veel te zien, maar ook op een wat grotere afstand. Er zaten verschillende soorten ganzen, veel soorten eenden en wat steltlopers als de Kievit en Kemphaan. Het leukste was dat er tussen de grote groep Wintertalingen een aantal Zomertalingen zaten. Zomertalingen overwinteren ten zuiden van de Sahara, en komen in vrij kleine aantallen in Nederland broeden in de zomer. Sinds 1950 is het aantal Zomertalingen met zo’n 90% afgenomen. De intensivering van de landbouw, verlaging van het waterpeil en het te vroeg maaien van slootkanten maakt dat er vrij weinig geschikt habitat overblijft. Ze hebben graag moeraslandschap of plas-dras weides als broedgebied. De Zomertaling mannetjes zijn vooral goed herkenbaar aan de opvallende kop, zij hebben een bruine kop met een duidelijke witte wenkbrauwstreep. Hieronder kun je ze op de foto’s vinden in het water vlak voor de slikplaat.

Wat wel mooi dichtbij zat voor foto’s, dat waren vele zangvogels die al goed actief waren en prachtig in het zonnetje poseerden. Hieronder een kleine selectie van deze vogels. Terwijl er al volop Tjiftjaffen aan het zingen waren om zich klaar te maken voor het broedseizoen, was er ook nog een grote groep Koperwieken aan het foerageren.

De Koperwieken broeden niet in Nederland, maar een aantal overwinteren in Nederland of zijn op doortrek van en naar zuidelijkere overwinteringsgebieden te zien. Tussen april en juni broeden zij voornamelijk in naaldbossen in het noorden van Europa. Ze horen bij de lijsterachtigen en lijken qua bouw dus op de Merel, maar ze zijn een stuk kleiner. Ook hebben ze kenmerkende witte wenkbrauwstrepen en mondstrepen. En de naam verraad het belangrijkste kenmerk. Bij de wieken hebben ze op de flanken en ondervleugel een koperkleurige vlek.

Nieuwe Dordtse Biesbosch

Na een mooie wandeling en excursie op de Tongplaat hadden we nog heel even tijd om een kijkje te nemen bij een gedeelte van de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Dit gebied is vrij recent aangekocht en heringericht om de Dordtse Biesbosch en Sliedrechtse Biesbosch met elkaar te verbinden. Je kon goed zien dat het gebied nog vroeg in de ontwikkeling zit. Er stonden al wat mooie gele bloemen van het Klein Hoefblad. Deze plant is een van de vroegst bloeiende soorten (vanaf februari al) en een echte pioniersoort die voorkomt in vochtige en voedselrijke omgewerkte grond. Een ander goed voorbeeld was dat nog een andere pionier, de Kleine Plevier, aanwezig was. Deze vogels broeden graag op kale of schaars begroeide grond. Helaas kwam de wind nogal flink opzetten en was het niet makkelijk om de vogels goed te zien en fotograferen, maar ik kom hier zeker bij beter weer nog eens terug kijken. Vanaf het vlonderpad kon je prachtig de vele soorten watervogels van dichtbij zien (Kuifeend, Kokmeeuw, Wilde Eend, Slobeend, Bergeend, Aalscholver, Meerkoet, Waterhoen, Dodaars, Tafeleend, Knobbelzwaan, Pijlstaart etc.).

Slikken aan het Haringvliet

Beningerslikken en Korendijkse Slikken, twee mooie relatief nieuwe natuurgebieden aan de rand van het Haringvliet en het Spui. Toen in 1970 het Haringvliet werd afgesloten verdween het getij uit het gebied. De gebieden verruigden (meer bosgroei) en kreken slibden dicht. Inmiddels speelt het water weer wel de hoofdrol en geven de dynamiek en variatie in het landschap een belangrijk voedsel- en broedgebied aan vogels in de Nederlandse Delta.

Beningerslikken

In de Korendijkse Slikken ben ik al meerdere keren geweest, en altijd is er wel wat leuks te zien. En dan zie ik aan de overkant ook een natuurgebied met een mooie opvallende uitkijktoren. Met een excursie ging ik daar nu eens kijken. De Beningerslikken dus. Vroeg in de ochtend moesten we al verzamelen. Een prachtige ochtend met een lekker zonnetje.

Zonsopkomst bij de Beningerslikken

Tijdens de zonsopkomst was het meteen al genieten van overvliegende ganzen die na een veilige nacht op het water weer naar de graslanden gaan om te foerageren. Ook de Spreeuwen zaten al gezellig te “kletsen”. En in het prachtige vroege ochtendlicht (Gouden uurtje, bij veel fotografen geliefd door de warme kleuren) zagen we wat Reeën. Eigenlijk was de hele ochtend het licht prachtig, en zo heb ik tijdens de excursie nog snel wat landschappen gefotografeerd met mooie wolkenluchten of tegenlicht.

Naarmate de zon verder op kwam zagen en hoorden we natuurlijk steeds meer mooie vogels. Naast veel soorten eenden en overvliegende Wulpen hebben we ook veel roofvogels gezien. We zagen een Torenvalk, Buizerd, Bruine Kiekendief, Blauwe Kiekendief, Havik, en ook de indrukwekkende Zeearend. In de verte kon je het nest van de Zeearenden zien, maar vanaf de kijkterp op de Korendijkse Slikken kun je dat nog wat beter zien. In de vogelkijkhut van de Beningerslikken kijk je uit over een groot stuk water. Daar zagen we onder andere een groep Pijlstaarten. Helaas waren ze nog voornamelijk aan het dutten, dus waren de momenten dat je een kop te zien kreeg schaars. Ondertussen vloog er prachtig een vrouwtje Blauwe Kiekendief over. Die herken je goed aan de witte stuit boven de staartveren. Het vrouwtje van de Bruine Kiekendief is natuurlijk ook bruin, maar die heeft geen witte stuit maar op de kop een witte kruin en keel.

Korendijkse Slikken

Afgelopen week ging ik ook weer eens naar de Korendijkse Slikken. Hier was enige tijdsdruk achter, want vanwege het broedseizoen wordt een groot deel van dit gebied afgesloten van 15 maart tot 15 juli. Een hele goede zaak natuurlijk, want daardoor kunnen veel vogels daar rustig broeden. Bijvoorbeeld de Bruine Kiekendief die helaas een schaarse broedvogel is in Nederland. Deze moerasvogel broedt graag in rietlandschap op de grond. In de verte heb ik er tijdens mijn wandeling nog een gezien. In maart en april kun je de Bruine Kiekendieven zien baltsen, dat doen ze met indrukwekkende vlucht waarin ze ook van grote hoogte ineens naar beneden duiken. Vorig jaar heb ik zo’n prachtig baltsritueel mogen aanschouwen in de Biesbosch. Na de balts broeden ze in april/mei op drie tot zes eieren, en pas half of eind juli zijn de meeste jongen dan vliegvlug. Ze worden dan nog wel een tijdje gevoerd door de ouders.

Naast de Bruine Kiekendief was er natuurlijk veel meer leuks te zien. Al op de eerste meters zag ik een aantal Roodborsttapuiten. Die zijn in februari grotendeels terug gekomen van de overwinteringsgebieden en gaan in maart beginnen met broeden. Dit doen ze in open en halfopen landschap op of vlak boven de grond. Ze kunnen per seizoen tot wel drie legsels hebben. Ook de Futen hadden lekker de lente in de bol, en er zaten wat Grutto’s op de slikken. Eenmaal aangekomen op de kijkterp had ik prachtig uitzicht op het nest van de Zeearenden.

Maar helaas, ze waren niet thuis deze ochtend. Vorig jaar heb ik de Zeearenden rond dezelfde tijd wel goed kunnen zien. Ze zaten toen op het nest en in de bomen eromheen zoals je hieronder in de laatste foto’s kunt zien. De afstand tot het nest is vanaf de kijkterp nog steeds aanzienlijk, maar dit is voor Zeearenden nodig om rustig en succesvol te kunnen broeden. De ontwikkeling van grote natuurgebieden in Nederland zoals de Oostvaardersplassen, Lauwersmeergebied, Biesbosch en de overige Deltanatuur hebben een positief effect gehad op de komst van de Zeearenden. Maar ook de enorme toename van het aantal Grauwe Ganzen (het hoofdvoedsel van Zeearenden) door de intensivering van de landbouw heeft hier een belangrijk aandeel in gehad. Tijdens mijn wandeling waren wat boswachters van Natuurmonumenten bezig met opnames over het gebied. Zij vertelden daarbij dat vorig jaar de Zeearenden hier succesvol hadden gebroed. Ze hadden twee jongen waarvan er één succesvol is uitgevlogen. Hopelijk dit jaar weer succes! In juli ga ik zeker een kijkje nemen hoe het gaat met de Zeearenden, en andere mooie soorten in het gebied zoals de Koninginnenpage.

Winter of lente?

Het is al een aardige periode prachtig zonnig weer, dus heb ik veel gewandeld. Veel wandelen levert ook vaak veel mooie foto’s op, maar niet zoveel tijd om deze uit te zoeken. Zo ging ik de laatste week van februari naar mijn vertrouwde St Maartenspolder, de Zonzeelse polder, Kelsdonk en liep ik nog een mooie ronde in de Ooijpolder bij Nijmegen. Veel zon, een beetje lente en ook nog aardig wat wintergasten.

St Maartenspolder

Doordeweeks had ik de laatste week van februari niet zo veel tijd om lang op pad te gaan, dus hield ik het bij de kleine momenten pakken en dichtbij huis een rondje doen. Dat komt dan meestal neer op het Gastels Laag of de Hoevense Beemden en St Maartenspolder. De laatste was het deze keer, altijd leuk met mooie Hollandse wolkenluchten. Qua vogels was het vrij rustig, ik heb voornamelijk nog de Kolganzen en Grauwe Ganzen gezien. En ik had weer veel geluk om de Smelleken (kleine valk die alleen in de winter en op doortrek in Nederland te zien is) in de verte te zien. De Hazen zijn lekker op pad in de polder, en de Kleine Zilverreiger kwam ook nog even mooi voor mijn lens zitten.

Zonzeelse polder

We gingen zaterdagochtend vroeg op pad met als doel eigenlijk de hoop om nog Wilde Zwanen te zien en de Koereiger die daar al een tijdje rondhangt. En al snel toen ik het gebied in reed kwam toevallig de Koereiger aanvliegen. Een kort moment zat hij naast de auto bij de sloot. Helaas ging hij snel verderop in het veld tussen de Knobbelzwanen zitten. Dat was een tweede witte reiger soort, een die nog vrij zeldzaam is maar steeds vaker wordt gezien in de Nederlandse polders.

De Koereiger, het is een van de zeldzamere reigersoorten van Nederland. Oorspronkelijk komt hij uit Afrika, de meeste mensen zullen deze reiger dan ook meer met verre vakanties associëren. Ikzelf zag ze ook jaren geleden op vakantie in Zuid-Afrika. Best een vreemd gezicht dan die Koereiger in de koude Nederlandse polder. De Koereiger is niet sterk gebonden aan water en is meestal tussen koeien, schapen of paarden te vinden in de weilanden. Tussen het grazende vee vindt hij een groot deel van zijn voedsel; opgejaagde insecten. Broeden doet hij voor zover bekend nog niet succesvol in Nederland, wel in Zuid-Frankrijk, Spanje en Griekenland. De Koereiger is een kleine reiger, het grootste verschil met de andere witte reigers in Nederland is dat de nek en snavel meer gedrongen zijn in verhouding. De Kleine Zilverreiger heeft een zwarte snavel, en de Koereiger en Grote Zilverreiger hebben een gele snavel. Het verschil tussen de Koereiger en Grote Zilverreiger is natuurlijk vooral de grootte en de verhoudingsgewijze langere poten, nek en snavel bij de Grote Zilverreiger.

We reden verder naar een plek waar je een klein stukje kunt wandelen. De Kieviten en Veldleeuweriken waren volop aan het baltsen en buitelen. Het was een mooi voorjaars tafereel bij een heerlijk zonnig, maar ook nog licht bevroren landschap. De Smienten en Wintertalingen zaten nog rustig te slapen. Maar in de lucht was dus genoeg te beleven. De lucht was strakblauw, en dat maakte een mooie gelegenheid voor het fotograferen van wat overvliegende vogels als de Kievit, Brandganzen en een Bruine Kiekendief.

Bruine Kiekendief
Laarzenpad Kelsdonk

Na een rondje bij de Zonzeelse polder reed ik nog naar Kelsdonk. Het was lang geleden dat ik daar geweest was, en ik besloot het er weer eens op te wagen of het laarzenpad begaanbaar was. Het eerste stuk leek goed mee te vallen, maar in de elzenbossen was het flink modderig. En bij het laatste bosje op de route zag ik wandelaars voor mij omkeren. Die waren vast niet bekend met het gebied en de noodzaak van laarzen. Ik was vastberaden de route af te lopen in plaats van terug te lopen. Het water stond op een aantal plekken tot de rand van mijn laarzen, maar gelukkig heb ik het droog kunnen houden. Het was een leuke wandeling met Reeën, hommels en natuurlijk nog meer vogels. Echte wintersoorten wel, want ik zag een Kramsvogel en een grote groep Sijsjes. Bijzonder die periode die zo tussen winter en lente in zit. Het maakt me enthousiast voor alle mooie vogels en vogelzang die weer gaat komen.

Veel Kolganzen in de Ooijpolder

Op zondag heb ik met vrienden nog een mooie ochtend gewandeld in de Ooijpolder bij Nijmegen. Ik heb in Nijmegen gestudeerd en zeven jaar daar gewoond, dus het voelt toch altijd als een beetje thuiskomen. Tijdens het wandelen genoten van de mooie landschappen en het uitzicht op de Waalbrug. Ook zagen we vanaf een uitkijktoren Ooievaars die zichzelf aan het poetsen waren op het nest. Voorjaar in de bol, en voorjaar in de bloesem van de Sleedoorn. Ook veel vogels gezien; zingende en baltsende standvogels (Koolmees, Staartmees en Torenvalk) en een foeragerende wintergast (Koperwiek). Helaas zat het allemaal wel wat ver weg om goed te fotograferen. Behalve een tweetal Bergeenden en de Kolganzen, die laatste kwamen met honderden overgevlogen van het water naar de omliggende weilanden om te gaan foerageren. Een indrukwekkend gezicht was het, zoveel Kolganzen bij elkaar.

Overwinterende ganzen en zwanen

Al veel eerder wilde ik wat vertellen en laten zien over de overwinterende ganzen en zwanen in Nederland, maar steeds lukte het niet om ze goed genoeg te zien en fotograferen. Maar uiteindelijk is het toch redelijk gelukt. Het goede weer kwam eindelijk, en met een paar uitstapjes heb ik de meesten toch nog mooi kunnen zien.

Witte zwanen, zwarte zwanen

Al begin dit jaar trof ik in een veld nabij de Grevelingen alle zwanensoorten van Nederland bij elkaar. Het is op zich normaal dat in de wintermaanden de Wilde Zwanen en Kleine Zwanen tussen de Knobbelzwanen zitten, maar nu zat er ook nog een Zwarte Zwaan tussen de groep. Zwarte Zwanen zijn exoten en komen in redelijke aantallen voor rond de Grevelingen.

In het midden van de foto zit tussen twee Wilde Zwanen een Zwarte Zwaan.

De Zwarte Zwaan komt ongeveer sinds de jaren ’70 voor in Nederland, maar komt oorspronkelijk uit Australië. Ontsnapte exemplaren weten zich redelijk stand te houden in Nederland, en in 1978 is het eerste broedgeval vastgelegd. Zwarte Zwanen broeden nog steeds deels op een Australisch schema, wat wil zeggen dat ze eieren leggen in onze winter. De populatie is al zo’n twaalf jaar stabiel en lijkt in de huidige aantallen niet veel effect te hebben op de inheemse watervogels en natuur. Met de zachtere winters is er wel een kans dat de populatie verder kan groeien.

Wilde Zwanen en Kleine Zwanen komen alleen in Nederland overwinteren. De Wilde Zwanen broeden in Scandinavië en Rusland, en de Kleine Zwanen broeden nog wat noordelijker in de Russische toendra. De Wilde Zwanen zijn slanker gebouwd dan Knobbelzwanen en hebben een gele driehoekige snavelvlek. Kleine Zwanen lijken wat op de Wilde Zwanen, maar zijn kleiner en hebben een minder grote, en minder puntige gele vlek op de snavel. Deze wintergasten zijn in Nederland te zien van ongeveer half oktober tot half april. Helaas zien we de Kleine Zwanen steeds minder, dit komt door verminderd broedsucces en sterfte onder volwassenen. Ze zijn in de winter afhankelijk van relatief kleine voedselrijke gebieden zoals het Veluwemeer en worden daar veel verstoord door recreatie.

Ganzen, ganzen en nog eens ganzen

Ganzen zijn toch wel een typische soort die je veel tegenkomt in Nederland. Het overgrote deel van de ganzen is de Grauwe Gans. Dat is vroeger zeker wel eens anders geweest, maar tegenwoordig ziet men ze liever gaan dan komen. Vooral boeren hebben last van de ganzen die lekker komen eten van hun gewassen en eiwitrijke grasland. Het gebruik van mest maakte het gras tot beter voedsel voor koeien, maar ook voor ganzen. Grauwe Ganzen waren tot zo’n 40 jaar geleden nog zeldzame broedvogels en Nederland werd slechts deels als overwinteringsplek gebruikt (rond 1980 was Spanje de plek waar 80% van de Europese populatie overwinterde, inmiddels overwinterd het grootste deel in Nederland). Grote delen van de populatie hebben zich inmiddels ook jaarrond gevestigd en broeden in Nederland. Een echte wintergast is het dus niet meer. Een andere gans die een vergelijkend verhaal volgt is de Brandgans, deze was voorheen ook slechts een overwinteraar maar broed in steeds grotere getalen in Nederland.

Grauwe Ganzen
Brandganzen in de polder

Wat wel nog echte wintergasten zijn; de Kolganzen, Toendrarietganzen en Rotganzen. Deze broeden allemaal noordelijk in de taiga, toendra of langs de Arctische kustlijn. Kolganzen en Toendrarietganzen verblijven in grote aantallen in Nederland tijdens de winter op onze akkers. Net als bij de Grauwe Ganzen zijn de aantallen overwinteraars van deze ganzen sinds de jaren ’80 erg toegenomen. En enkele honderden paartjes Kolganzen blijven ook in Nederland om te broeden (dit is slechts een fractie van de populatie als je weet dat er wel tot zo’n 970.000 Kolganzen overwinteren in Nederland).

In eerste opzicht lijken Kolganzen en Toendrarietganzen wat op Grauwe ganzen. Ze hebben óók een grijzig verendek en oranje poten. Maar toch kun je de verschillen goed leren herkennen. Zo hebben de Kolganzen een witte bles bij de snavel en een wat meer roze snavel dan oranje zoals bij de Grauwe Gans, en hebben Kolganzen zwarte strepen op de buik die de Grauwe Gans niet heeft. Toendrarietganzen maken over het algemeen een donkerdere indruk dan de Kolganzen en Grauwe Ganzen, en ze hebben een zwarte basis en punt van de snavel.

Kolganzen met witte bles bij snavel en zwarte buikstrepen
Toendrarietganzen met een enkele Kolgans en Grauwe Gans

Rotganzen foerageren in de winter langs ondiepe kustlijn en op schorren en graslanden rond het Waddengebied en de Zeeuwse delta. Ze trekken zo’n 5000 kilometer vanaf hun broedgebied om in Nederland te overwinteren. Erg indrukwekkend.

Rotganzen langs de Brouwersdam

Telweekend watervogels

Het was weer het telweekend voor degenen die watervogels tellen voor Sovon (Vogelonderzoek Nederland). Deze maand geen mist en regen tijdens de tellingen, maar zon. Dat was heel fijn! Helaas was mijn goede lens in reparatie en moest ik mijn tellingen op vrijdag en zaterdag met een oude lens doen (vandaar wat minder(e) foto’s). Maar er is versterking van de fotoapparatuur ingezet op zondag, en dat leverde toch nog wat mooie plaatjes op tijdens mijn nieuwelenstestrondje!

Dreigende lucht voor een mooie ochtend in de St Maartenspolder
St Maartenspolder en Hoevense Beemden

Vrijdag telde ik de St Maartenspolder en de Hoevense Beemden. Het was heerlijk zonnig, en de vogels waren al volop aan het zingen. Het leek al wel voorjaar. Wat kan ik dan genieten van al die geluiden. Toch kwam een groot deel van de geluiden ook nog van grote groepen wintergasten. In de polder kwam ik een groep van zo’n tachtig Kramsvogels tegen. En in de Hoevense Beemden zaten grote groepen Koperwieken en Sijsjes. Dat gekwetter van die beestjes klinkt altijd zo gezellig.

Nog een ander vogeltje kwam heel even binnen het bereik van mijn lens zitten. Dat was het Vuurgoudhaantje. Het zijn samen met het Goudhaantje de kleinste vogels van Nederland. Het Goudhaantje is 8 tot 9 cm en ca. 5,5 gram, en het Vuurgoudhaantje is 9-10cm en ca. 5,6 gram. Deze vogeltjes zijn pijlsnel en leven vaak zo hoog in de boomtoppen dat je ze lastig ziet. Daar eten ze kleine insecten en spinnen. De Vuurgoudhaan broed voornamelijk in het oostelijke deel van Nederland. Het grootste/ herkenbaarste verschil met het Goudhaantje is de fel witte wenkbrauwstreep en zwarte oogstreep. Bij de Goudhaan zijn deze kenmerken afwezig. Zien jullie de verschillen in onderstaande foto’s?!

Leuk zo’n Vuurgoudhaan, maar dat was natuurlijk niet het doel van deze wandeling. Want ik moest watervogels tellen. De Grauwe Ganzen en Wilde Eenden waren goed vertegenwoordigd tijdens de telling. De Futen en Meerkoeten waren ook in redelijk aantal aanwezig, en hadden bij vlagen al aardig de lente in de bol. Druk bezig met het verdedigen van territoriums en verleiden van soortgenoten. Nog wat leuke soorten in het gebied waren de Wintertalingen en Slobeenden. Beide soorten tel ik niet vaak in mijn rondes. Ook zag ik nog wat Aalscholvers, sommigen zijn al in prachtig broedkleed inmiddels.

Uitwatering en haven Oudenbosch

Op zaterdag telde ik de uitwatering en haven van Oudenbosch. Een klein rondje, maar toch vaak garant voor leuke waarnemingen. Wederom spotte ik de IJsvogel tijdens mijn telrondje op precies dezelfde plek als vorige maand. Helaas had ik dus geen goede lens bij deze keer en kon ik het moment niet vastleggen. Ook waren er enorm veel Futen op de kop van de haven aanwezig. Zaterdag telde ik er maar liefst acht.

Toen ik zondag een korte test van mijn nieuwe lens wilde doen, telde ik op hetzelfde plek in de haven zelfs dertien Futen. Blijkbaar is er veel vis te vangen in de haven, en dat zag ik ze dan ook veelvuldig doen. Goed oefenmateriaal voor het leren omgaan met de lens.

Helaas was de IJsvogel deze keer niet thuis. Maar als toegift kon ik wel nog even oefenen met mijn nieuwe lens op een overvliegende Slechtvalk. Machtig mooie vogels zijn het!

Zachte en grijze januari

Vorige maand was behoorlijk grijs en somber. Maar de temperaturen waren zacht en op de droge dagen was het weer prima om op pad te gaan. En in de winter heb je één groot voordeel met vogels kijken in het bos; ze kunnen zich moeilijk verstoppen achter blaadjes. Dus de laatste week van januari heb ik een paar mooie wandelingen gemaakt nabij huis. Met soms zelfs toch nog wat zon!

Veel soorten in de Pannenhoef

Na een paar grijze dagen binnen had ik toch behoefte aan een lekker rondje buiten. Natuurlijk ging ik graag weer eens naar mijn favoriete natuurgebied in de regio; de Pannenhoef. Het bleek al snel een goede keuze te zijn. Binnen de eerste kilometer had ik al 20 vogelsoorten waaronder een Goudvink mannetje, Kuifmees, Staartmees, Zwarte mees, Koperwiek en Boomklever. En dat op een grijze dag, dat is een goed begin!

Bij de Kuifmezen nam ik even de tijd om ze rustig te bewonderen. Ze waren druk aan het foerageren en kwamen vrij laag in de bomen zitten. Het weinige licht was niet goed voor de foto’s, maar als je ze rustig kunt zien is het natuurlijk al fantastisch met deze mooie vogels.

Ik had nog uren bij de Kuifmezen kunnen blijven kijken, maar besloot toch maar verder te lopen. Genieten van het landschap, en nog wat Reeën in de verte. Het was heerlijk rustig in het gebied.

De volgende stop op mijn route was bij vogelkijkhut de Flesch. Hier kijk je uit op een ven en een wat meer open gebied eromheen. Een prachtig overwinteringsplek voor bijvoorbeeld een Klapekster. Toevallig zat die daar dan ook!

De Klapekster vind ik een indrukwekkende vogel. Helaas broeden ze niet meer in Nederland, maar noordelijke exemplaren overwinteren wel in Nederland op open plekken zoals bijvoorbeeld heide. Ze eten onder andere Woelmuizen, kevers en zangvogels. Het bijzondere aan klauwieren als de Klapekster is dat ze een voorraad voedsel aan kunnen leggen door hun prooien te bewaren aan de stekels van bomen en struiken of prikkeldraad. Eerder deze winter zag ik ook een Klapekster op de grootse gebieden de Veluwe en de Kampina (foto 2 en 3 in onderstaande diashow). Fantastisch leuk dat er ook een in de Pannenhoef rondhangt (foto 1).

In het weekend ben ik op een wat zonnigere dag nog met mijn broer naar de Pannenhoef geweest. Toevallig is het ook zijn lievelingsgebied! We hebben nog eens de Klapekster gezien, en deze keer de Zwarte mezen en Goudhaantjes (met daartussen een Vuurgoudhaan) wat beter kunnen bekijken. Het was een heerlijke wandeling, en het leek qua vogelgeluiden soms al bijna voorjaar.

Zonnige ochtend in het Liesbos

Later in de week was daar een prachtige zonnige dag, dus snel op weg naar het Liesbos. Het is de tijd dat de spechten weer volop beginnen met roffelen, en dat was goed te horen deze ochtend. Volop genieten van vooral Grote bonte spechten, maar ik kwam speciaal voor de Middelste bonte specht. Deze is in Nederland de zeldzaamste soort van de bonte spechten (je hebt namelijk een Grote, Middelste en Kleine bonte specht).

Na flink wat zoeken en wat mooie foto’s van het prachtige ochtendzonnetje vond ik twee middelste bonte spechten. Hoog in de bomen, maar toch even goed te zien. Ze waren druk bezig met foerageren en het nodige lawaai maken.

De Middelste bonte specht lijkt wat op de Grote bonte specht, maar ik wat kleiner. Andere verschillen zijn dat de Middelste bonte specht in alle kleden (man, vrouw en juveniel) een rood petje heeft, en het oog is altijd met wit omgeven. Een ander goed kenmerk van de Middelste bonte specht is de zalmroze broek, flankstreepjes en grote witte schoudervlekken (jonge exemplaren Grote bonte specht kunnen deze ook nog wel eens hebben).

Nog geen ganzen

Afgelopen weekend was het weer het maandelijkse telweekend voor watervogels. Van september tot april tel je dan eens per maand alle watervogels (inclusief steltlopers, ganzen en zwanen) in een vast gebied. Dit leek mij dus een mooie gelegenheid om nog wat nieuwe foto’s van overwinterende ganzen te maken, zodat ik daar wat meer over kan vertellen. Maar zo gaat het in de natuur, waar ik vorige maand nog honderden ganzen telde in mijn gebied had ik deze keer slechts vier Grauwe Ganzen. De grote groepen ganzen daar zal ik dan later nog naar op zoek moeten.

Toch was het ondanks de mist en het gemis van ganzen weer een interessant telweekend. Je komt altijd wel iets nieuws of onverwachts tegen tijdens een telling. Of een oude bekende.

Zo had ik op zaterdag al vrij snel weer de bekende Kleine Zilverreiger gevonden in ”mijn” polder. Iedere winter komt er één exemplaar zijn rust opzoeken in dezelfde West-Brabantse polder. Dat is toch wel een beetje apart aangezien de verspreiding van deze vogelsoort buiten Zeeland, de Wadden en enkele andere gebieden met ondiep water (e.g. Biesbosch) meestal toch vrij beperkt is.

Kleine Zilverreiger

Terwijl ik hoopvol in de mist de velden afspeurde naar ganzen kwam ik nog een mooie soort tegen. Geen watervogel of gans, maar een ontzettend mooie roofvogel. Een die ik de laatste jaren steeds vaker in mijn woonplaats en de regio tegenkom. De Slechtvalk! De Slechtvalk zat rustig rond te kijken in het open veld waar veel Kokmeeuwen en Spreeuwen aan het foerageren waren. Hij of zij jaagt op middelgrote vogels zoals Spreeuwen, duiven, eenden en steltlopers. Slechtvalken zijn forser gebouwd dan andere valken (zoals de Boomvalk, Torenvalk en Smelleken). Ze pakken hun prooi na een lange achtervolgingsvlucht, of gebruiken hun stootduik waarbij ze met een snelheid van meer dan 200 kilometer per uur hun prooi slaan. Wat een fascinerende vogel!

De mistige teldag op zaterdag leverde niet veel bijzondere waarnemingen qua watervogels op. Wel heb ik nog een mysterieus plaatje van een Buizerd kunnen maken.

Zondag telde ik de uitwatering van de haven van Oudenbosch. Daar kwam ik naast de gebruikelijke Wilde Eenden, Meerkoeten, Futen en Aalscholvers nog een mooie IJsvogel tegen.

Maandag was het eindelijk een zonnige middag, dus deed ik nog een nieuwe poging om toch nog ganzen te vinden in de polder. Ik ben snel op de fiets gestapt, maar de ganzen zaten er helaas weer niet. Onderweg viel wel de grootte van een overvliegende roofvogel nogal op.. het is echt een Zeearend! Super mooi, die had ik nog niet eerder in dit gebied gezien.

In een ander deel van de polder vond ik ze uiteindelijk, de ganzen. Kolganzen en Toendrarietganzen tussen de Grauwe Ganzen en Grote Canadese Ganzen. Helaas zaten ze erg ver weg en zakte de zon snel. Maar ik weet nu waar ik ze kan vinden komende weken! Dat moet vast goedkomen voor mijn volgende blog.

Onderweg naar huis nog genoten van de Reeën en wat fijne plaatjes gemaakt van de zonsondergang.

Buizerd in de Hoevense Beemden
IJsvogel in de haven
Reeën in de polder
Zonsondergang 17 januari 2022

Wintergasten bekijken in Zeeland

In Nederland is het ieder seizoen opnieuw genieten voor vogelliefhebbers. Ons land wordt door veel vogels gebruikt om te overwinteren. Het is natuurlijk super leuk om in de vaak toch wat grijzere periode van het jaar op pad te kunnen om deze wintergasten te bekijken. Dat probeer ik dan ook regelmatig te doen!

Een aantal van mijn favoriete plekken om vogels te kijken in de winter zijn de Brouwersdam en de Prunjepolder (Plan Tureluur). Deze liggen vrij dicht bij elkaar, en worden dus meestal op één dag gecombineerd. Zo ook de eerste week van 2022!

Het was springtij (5 januari 2022 was het vloed erg hoog geweest) waardoor het water langs de Brouwersdam extreem laag stond toen ik er met eb was. Er waren veel zeesterren, krabben etc. aangespoeld, en er was een groter stuk strand drooggevallen. Hierdoor waren er natuurlijk ook veel vogels op het strand aan het foerageren, zo ook mijn favoriete wintergast de Drieteenstrandloper.

Op zee waren drie IJseenden en ZES! (ja echt) Roodkeelduikers te zien. Prachtig! Helaas zijn ze in de winter een stuk soberder qua uiterlijk. Om ze in de zomer te aanschouwen zou je bijvoorbeeld naar IJsland moeten. Beide soorten broeden in het hoge noorden, maar overwinteren in kleine aantallen langs de waddenkust en in het Noordzee gebied. IJseenden duiken naar schelpdieren, en de Roodkeelduiker eet vis.

IJseenden, duikend naar schelpdieren bij de Brouwersdam
IJseenden bij de Brouwersdam
Roodkeelduikers bij de Brouwersdam

Na een fijne ochtend op de Brouwersdam reed ik nog langs de Prunjepolder (bij Zierikzee). Er waren veel vogelsoorten te zien (oa. Smienten, ganzen, Kluten, Lepelaars), maar mijn oog viel al snel op de Zwarte ruiter die langs de waterkant aan het foerageren was. Op het eerste gezicht lijkt deze vogel erg op de Tureluur (in de winter althans, want in broedkleed is de Zwarte ruiter zwart). De Zwarte ruiter is wat slanker en sierlijker gebouwd, en alleen het onderste snaveldeel bij de Zwarte ruiter is oranje en bij de Tureluur is de hele snavelbasis oranje.

Zwarte ruiter bij Prunjepolder
Tureluur bij Haven Rattekaai
Prunjepolder – Flauwers en Wevers inlagen
Zwarte ruiter, vorig voorjaar in (bijna) broedkleed

De Zwarte ruiter is de laatste jaren wereldwijd in aantallen afgenomen door verlies van overwinteringsgebieden en gebieden die ze gebruiken tijdens de trek. Een klein deel van de vogels gebruikt West- en Zuidwest-Europa, maar de meesten overwinteren ten zuiden van de Sahara. In Nederland proberen we met gebieden als de Prunjepolder (Plan Tureluur) het verlies aan buitendijkse getijdengebieden te herstellen, zodat vogels weer kunnen foerageren, rusten, overwinteren of broeden in de voedselrijke getijdennatuur.

In een volgende blog vertel ik meer over de eenden en ganzen die in Nederland overwinteren. Ook kwam ik op de terugweg naar huis nog een veld vol zwanen tegen, waaronder de wintergasten Kleine zwaan en Wilde zwaan!

Wintergasten

Vogels uit Siberië (Rusland) en Scandinavië komen hier overwinteren voor de milde winters, en er is in Nederland nog voldoende te eten in de winterperiode. De polders zijn het domein van de ganzen, eenden en zwanen. De Kepen, Koperwieken en Kramsvogels doen zich tegoed aan bessen en boomzaden. En vele andere water- en kustvogels verblijven in Nederlandse wateren en getijdengebieden.

Drieteenstrandloper

Calidris alba – Sanderling

Een kleine (18-21cm) strandloper die langs de kust vaak met de golven mee rent om in de branding aangespoelde diertjes te eten. Ze broeden in hoogarctische gebieden als Spitsbergen en Siberië. In de winter zijn ze lichtgrijs met wit, maar in het broedseizoen zijn ze meer roodbruin gekleurd.

Afstand houden

In de winter kost de kou natuurlijk veel energie voor vogels, daarom is het belangrijk ze niet te veel te storen tijdens het foerageren en rusten. Ze hebben alle energie nodig om in goede conditie te blijven.

Hallo 2022!

”Je zou er iets mee moeten doen.”, Dat heb ik nu inmiddels zo vaak te horen gekregen dat ik het maar eens een kans ga geven. Fotograferen doe ik al heel wat jaren met veel plezier, en het lijkt me een mooie uitdaging om te proberen het moois dat ik zie te delen met meer mensen.

NatureLaurie
Ontmoeting met een ree

Natuur fotograferen blijft natuurlijk de basis. Maar mijn achtergrond in biologie en ecologie zou ik daar graag meer bij gebruiken. De wandelingen, reizen, verhalen en wetenswaardigheden achter de foto’s. Ik haal er veel plezier uit, hopelijk jullie vanaf nu ook.

”Je zou er iets mee moeten doen”