Heidekoorts

Die tijd van het jaar dat je in alles voelt dat je MOET gaan kijken naar de prachtige paarse heide. Dat is normaal gesproken vooral eind augustus en begin september. Dit jaar was door de warmte de heide veel vroeger in bloei, maar helaas was het door de droogte ook snel klaar met de uitbundige bloei en bijbehorende kleurexplosie. Toch blijft het een mooie afsluiter van de zomer. Ik bezocht meerdere kleine heidegebieden in de regio West-Brabant deze zomer. De droogte was goed te zien, maar toch bleef er genoeg over om van te genieten.

Dopheide en Heideblauwtjes in de Pannenhoef

Het voorjaar was warm en vrij nat, en de Pannenhoef zag er prachtig uit terwijl de vogels in stilte druk zijn met het broedseizoen. Gelukkig kun je in deze stillere tijd genieten van de vlinders, libellen en heide. Gewone dopheide is één van de twee soorten heide die je ziet in Nederland. De meest bekende is de Struikheide, maar die bloeit pas in augustus op de drogere zandgronden. De Dopheide is een soort die vaak samen met de Struikheide voorkomt maar op drogere stukken verdrongen wordt door de Struikheide. Daardoor komt Dopheide vooral in wat grotere hoeveelheden voor op de wat nattere stukken. Dopheide staat ook vaak al wat eerder in bloei dan de Struikheide. Heideblauwtjes gebruiken zoals de naam al verklapt voor een groot gedeelte heideplanten als waardplant. In de Pannenhoef kun je vaak al vroeg in het seizoen genieten van enorme aantallen Heideblauwtjes, een prachtig gezicht hoe al die kleine blauwe stipjes over de heide dwarrelen. Onderstaande foto’s van bloeiende Dopheide en Heideblauwtjes maakte ik eind juni.

Vlinderrijke wandeling in de Maasduinen

In juli maakte ik samen met een vriendin een wandeling door de Maasduinen. Ik was er nog nooit geweest en was benieuwd naar het gebied. Het was erg benauwd warm deze dag. Qua vogels was het wat stil, maar het landschap was mooi. Vooral het gedeelte met de heide, want deze stond voorzichtig op sommige plekken al wat in bloei. Een jonge Koolmees liet zich mooi fotograferen, en een verlegen jonge Gekraagde Roodstaart kreeg ik toch nog op het zogenaamde ‘bewijsplaatje’ (een herkenbare foto van een diersoort, maar niet echt een mooie foto).

We zagen en hoorden dus niet zo veel vogels, maar de vlinders vlogen wel volop rond. Het meest blij was ik met wat Eikenpages die zich goed lieten zien en fotograferen. Meestal zitten deze vlinders namelijk hoog in de boomtoppen. Het zijn prachtige kleine vlindertjes die samen met de andere Pages tot dezelfde familie horen als de Blauwtjes en Vuurvlinders. Eikenpages eten vooral honingdauw, en soms nectar van planten als Boerenwormkruid of Distels. Zoals de naam doet vermoeden is de Zomereik de waardplant van de Eikenpage. Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af aan de basis van een eindknop van een dikke tak, want daar groeien in het voorjaar verse, zachte bladknoppen uit die door de rupsen gegeten worden.

De droge Pannenhoef begin augustus

Het voorjaar was voldoende nat, maar helaas is de zomer erg warm en droog. Op onderstaande foto’s is goed te zien hoe het Padvindersven in relatief korte tijd van vol water naar nauwelijks nog water is gegaan.

De vennen in de Pannenhoef staan ver droog, maar met de heide lijkt het nog redelijk mee te vallen. De Struikheide staat grotendeels in bloei, de Dopheide is al bijna uitgebloeid. Ik vind nog een enkel Heideblauwtje tussen de heide, maar inmiddels hebben de libellen de meerderheid.

Onder andere de Steenrode Heidelibel. Naast de altijd mooie landschappen in de Pannenhoef zag ik ook nog een Boomklever, jonge Pimpelmees, Zwartsprietdikkopjes en een Lieveling (een nachtvlinder die algemeen voorkomt in Nederland).

Kalmthoutse en Oude Buisse Heide

In de regio West Brabant hebben we geluk met best wel wat mooie heide gebieden. Zeker richting de Belgische grens liggen prachtige gebieden als de Rucphense Heide, Pannenhoef, Strijbeekse Heide, Kalmthoutse Heide en Oude Buisse Heide. Helaas hebben de gebieden erg te lijden onder de extreme warmte en droogte en is er in verschillende gebieden al brand geweest.

Tijdens een wandeling over de Kalmthoutse Heide leek de heide nog redelijk te bloeien ondanks de droogte. Toen we nog maar net goed en wel het gebied uit reden, na een mooie maar warme wandeling, zagen we politie het gebied in rijden. Ook hier stond een stuk bos en heide in brand, maar gelukkig waren ze er snel bij en is de brand hier tot een klein gebied beperkt gebleven.

Op een vroege zaterdagochtend was ik voor zonsopkomst op weg naar de Oude Buisse Heide. Een prachtig landgoed bij Achtmaal met een gedeelte heide. Onderweg zag ik best wat bewolking en was ik even bang dat het niet zo succesvol ging worden, maar toch was de bewolking precies open getrokken tijdens de zonsopkomst. Wat een geluk! En wat was het genieten met de laaghangende mist, zo mooi!

Ook na zonsopgang was het nog even genieten op de heide. Ik probeerde wat detailfoto’s te maken van de bloeiende heide, maar ik was al snel afgeleid door een van mijn favoriete vogelgeluidjes. Ik hoorde namelijk het kenmerkende “rolletje” van de Kuifmezen. Veel heidegebieden gaan samen met naaldbos, en dat naaldbos is het gebied waar de Kuifmees het liefst leeft. Kuifmezen zijn erg territoriaal en blijven eigenlijk hun hele volwassen leven in hun broedgebied. De nestholte wordt meestal in een dode Berkenboom uitgehakt. Alleen de jonge Kuifmezen trekken vanaf de nazomer tot in de winter in groepjes rond tot ze volwassen zijn en een eigen territorium vinden. Ze eten naast insecten in de winterperiode ook zaden van de naaldbomen en bessen. Het is vooral een heel mooi vogeltje, zeker als ze hun kuif mooi opzetten. En dat deden ze deze ochtend prachtig.

Nadat dit kleine groepje Kuifmezen weer verder trok, kon ik ook weer verder met het maken van nog een paar mooi paarse plaatjes. De droogte was goed te zien op de heide, maar gelukkig waren op sommige lagergelegen of schaduwrijkere plekken de bloemen nog wel in volle glorie te zien. Een enkele hommel, bij of pantserjuffer liet zich fotograferen. In de verte zag ik nog wat jonge Wespendieven. Helaas te ver voor een goede foto, maar ontzettend fijn om jongen gezond en wel rond te zien cirkelen. Van eind juli tot half september trekken de Wespendieven naar tropisch Afrika om daar te overwinteren. Wij kunnen in Nederland vanaf eind april weer genieten van deze bijzondere roofvogels als ze terugkomen om te broeden. Een wandeling op de Oude Buisse Heide is zeker aan te raden. Het is een afwisselend gebied met bos, heide, weilanden, akkers en vennen waar in het rijke verleden veel inspiratie is opgedaan door onder andere kunstenaars en schrijvers. Ik ga er zeker komende herfst ook nog eens een wandeling maken!

Gastels Laag – Broedseizoen 2022

Na een aantal jaren watervogels tellen in de winter, en stadsvogels in het voorjaar vond ik het tijd om me toe te leggen op het volgen van het broedseizoen in een natuurgebied vlakbij huis. Inmiddels ben ik goed in het herkennen van vogels aan hun geluiden, het belangrijkste criterium om een BMP-telling (Broedvogel Monitoring Project) te kunnen doen. Al heel lang kom ik regelmatig in het Gastels Laag, en hier ben ik dan ook dit jaar gaan tellen. Het is een heel klein gebiedje onder beheer van Staatsbosbeheer, maar dit kleine gebiedje heeft een bijzondere soortenrijkdom.

Kwelwater borrelt omhoog

Het Gastels Laag ligt op de rand tussen hogere zandgronden en lagere kleigronden, daar komt grondwater onder druk naar boven en hierdoor heeft zich hier een veengebied gevormd. Rond 1250 begon men met de veenontginning, tot in 1650 niet veel lager afgegraven kon worden en de boeren het gebied in gebruik hebben genomen als hooiland. Toen in 1995 door Staatsbosbeheer de toplaag van het gebied werd afgegraven vonden ze de sporen van de turfwinning in dit gebied.

Ondanks dat vele jaren geleden de oorspronkelijke planten van dit veenlandschap zijn afgegraven en hun achtergebleven zaden onder de grond verstopt zaten, zijn die zaden na honderden jaren opnieuw gaan kiemen in dit gebied.

Gedicht op veenpalen door Geert de Kockere. In vele gebieden in de regio staan deze veenpalen om aan te geven hoe hoog het veen vroeger kwam op deze plaatsen.

Doordat er kwelwater in dit gebied omhoog borrelt komen er veel zeldzame planten voor in het gebied. Het water is schoon en voedselarm, deze omstandigheden zorgen vaak voor veel biodiversiteit in een gebied.

zeven zonsopgangen vogels tellen

Maart – De eerste Tjiftjaf

Telronde 1 & 2

Pimpelmezen, Winterkoninkjes, Merels en Koolmezen zijn al volop aan het zingen om het broedseizoen in te luiden. Ik zie zelfs de Pimpelmezen al nestmateriaal verzamelen van de Lisdodden, een lieflijk tafereel in een verder nog vrij winters Gastels Laag. De eerste Wilgen komen in bloei, en voorzichtig staan ook wat andere bomen in knop. Als eerste kleine afstand trekkers of deeltrekkers (een gedeelte van de populatie trekt niet meer weg in de winter) hoor ik op 15 maart meerdere Tjiftjaffen en Rietgorzen in het gebied. In principe trekt de Tjiftjaf in de winter naar zuidelijkere gebieden, maar in zachte winters blijven er enkelen in Nederland overwinteren. Ze broeden meestal tussen half april tot eind juni.

De vroege ochtend was een succes, je merkt echt dat de piek in zang na zonsopgang langzaam wegebt. Een ander voordeel van het gebied bezoeken in de vroege ochtend is dat je vaak Reeën, Hazen en Konijnen tegenkomt die zich overdag meestal verscholen houden. Eind maart hielden de Hazen een waar spektakel met sprintjes, sprongen en vechtpartijen (rammeltijd), een leuk gezicht tijdens het luisteren naar de vogelgeluiden.

April – Zwartkop en Tuinfluiter

Telronde 3 & 4

De ochtend van 14 april begon met wat laaghangende mist, dit gaf het landschap natuurlijk een extra magisch uiterlijk tijdens de zonsopgang. Dit was zo ontzettend genieten. En dat terwijl ik mijn eerste Zwartkop van het seizoen kon horen en noteren in het Gastels Laag, want het tellen van de vogels was natuurlijk weer het belangrijkste. Je legt steeds dezelfde route af binnen ongeveer dezelfde tijd, dus te lang stilstaan voor de andere mooie dingen is er dan niet bij. Al kun je natuurlijk terwijl je naar de vogelgeluiden staat de luisteren best even een landschap fotograferen met lange sluitertijd!

De Waterhoentjes en Meerkoetjes waren al volop begonnen met het broedseizoen. Één van de koppeltjes Meerkoeten zat te broeden op het nest. Rietgorzen zongen volop, en ook vond ik een tweetal Watersnippen. De eerste pinksterbloemen en andere planten stonden in bloei, en de wilgen komen in blad.

Op 30 april liep ik alweer mijn vierde telronde van het seizoen. Nog steeds verwachtte ik meerdere soorten die terug moeten komen uit hun overwinteringsgebieden, maar het hield weer niet over deze ronde. Ik kon een Tuinfluiter bijschrijven. De Tuinfluiter overwinterd in Afrika, ten zuiden van de Sahara. De zomergasten leken dit jaar wat laat te arriveren, een mogelijke verklaring hiervoor was dat de wind heel lang uit het noorden kwam en de vogels hebben gewacht tot de omstandigheden gunstiger waren om verder noordelijk te trekken.

Qua zang kan de Tuinfluiter nog wel eens verward worden met de Zwartkop, beiden lijken ze wat op een versneld afgespeelde Merel. De Zwartkop begint vaak wat twijfelachtig/ brabbelend en gebruikt veel hoge, heldere tonen. Vooral die hoge, heldere tonen ontbreken bij de zang van de Tuinfluiter. De zang van de Tuinfluiter houd vaak langer aan.

In totaal had ik op 30 april weer zeker 22 vogelsoorten, best mooi voor een relatief klein natuurgebied. Deze wederom mooie ochtend vond ik ook nog wat Kleine Geaderde Witjes op de Pinksterbloemen (Pinksterbloem is een van de waardplanten van deze vlindersoort). De vochtige graslanden en het moeras bevatten zeldzame plantensoorten als Moeraskartelblad, Gevlekte Rietorchis, Veenpluis en Zonnedauw. Deze zijn typisch voor stikstofarme en natte gebieden, en daardoor steeds schaarser in Nederland. Het Moeraskartelblad en Veenpluis stonden in bloei.

Mei – Alle zomergasten uit zuidelijk Afrika zijn gearriveerd!

Telronde 5

Het broedseizoen is druk. Naast mijn tellingen in het Gastels Laag help ik ook mee met het nestkastenonderzoek in het Liesbos. Qua tijd en energie bleef mijn vijfde telronde daarom wat langer uit dan ik eigenlijk van plan was. Maar gelukkig was ik nog op tijd om de zang van recent gearriveerde zomergasten waar te nemen. Ik hoorde weer de Tjiftjaf, Zwartkop en Tuinfluiter, maar ik was nog het meest blij met het horen van de Spotvogel!

Deze kleine zangvogel met grijze bovendelen en gele onderdelen is erg schuw, maar zijn zang is herkenbaar uit duizenden. Vorig jaar hoorde ik de Spotvogel ook al in het Gastels Laag, maar nu was het natuurlijk extra leuk omdat ik hem kon meenemen in mijn telling. De Spotvogel is een echte lange-afstandstrekker die overwinterd in tropisch Afrika ten zuiden van de evenaar tot Zuid-Afrika. De meesten komen aan in Nederland in mei, en hij is dan ook maar relatief kort in zijn broedgebieden voordat hij terug naar Afrika trekt (slechts zo’n drie maanden). Broeden doen ze graag in half open gebied met veel bosjes en struwelen, een habitat dat steeds minder voorkomt in Nederland.

Ik kon mijn ogen bijna niet geloven deze ochtend toen ik een klein valkje zag dat, voor zover ik het bij weinig licht kon zien, verdacht veel lijkt op een Boomvalk. Een Torenvalk zie ik al vele jaren regelmatig in het Gastels Laag, maar dit zou voor mij voor het eerst zijn. Met de kijker en op de slechte te donkere foto’s denk ik het al wel te kunnen bevestigen, maar ik blijf wat twijfelen. Gelukkig zat aan het eind van mijn rondje de valk nog steeds op hetzelfde plek in de bomenrand en kon ik de onderstaande bewijsplaatjes maken. Het was echt een Boomvalk! De Boomvalk zag ik ook mooi tijdens mijn wandelingen in de Amsterdamse Waterleidingduinen, maar zo dicht bij huis is extra leuk.

De meest iconische broedvogels voor het Gastels Laag, naast de Rietgorzen, zijn denk ik toch wel de Kleine Karekiet en Bosrietzanger. Typische soorten voor moeraslandschap met rietkragen en wilgenbossen, al gebruikt de Bosrietzanger ook wel droger en meer bebost gebied dan de Kleine Karekiet. Qua uiterlijk zijn deze soorten vrijwel identiek aan elkaar, en zeker van een afstand bij slecht licht (zonsopgang) niet op uiterlijk te onderscheiden. Gelukkig hebben ze wel een duidelijk verschillende zang. De Kleine Karekiet zingt vrij monotoon en ritmisch zijn eigen naam (onomatopee). “Karre-karre-kiet-kiet”. De zang van de Bosrietzanger is erg gevarieerd met veel imitaties en tempowisselingen. Beide soorten overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Natuurlijk was de zonsopgang ook weer prachtig. Je kunt op de foto’s goed zien hoe hard de bomen en grassen gegroeid waren inmiddels. De Gevlekte Rietorchis en Veenpluis stonden in grote getalen in bloei.

Juni – Rietvogels in grote aantallen

Telronde 6 & 7

Begin juni liep ik nog vlak voor mijn vakantie een telrondje. Het gras stond volop in bloei, en bij iedere stap vloog een wolk pollen uit de grassen. En dat heb ik geweten, ondanks mijn medicatie tegen de hooikoorts was dit toch wat teveel, waardoor ik binnen een half uur nauwelijks nog iets kon zien door de traanogen. Om emotioneel van te worden, zo mooi was de zonsopgang deze ochtend. Gelukkig had ik de foto’s nog!

De Boomvalk zat al op het begin van de route, dus die heb ik nog helder kunnen bewonderen. Vorige maand zag ik deze voor het eerst in het gebied, ik vond het heel bijzonder dat hij weer in het gebied was. Verder heb ik de meeste vogels dus niet echt helder kunnen zien, maar gelukkig is vogels tellen vooral op gehoor te doen. En de niet te missen Koekoek liet zich deze ochtend horen. Ook de Kleine Karekieten, Rietgorzen en Bosrietzangers waren erg actief.

Terwijl deze rietvogels nog druk bezig zijn met het broeden en voeren van de eerste jongen zijn er ook vogels die al met uitgevlogen jongen door het gebied op zoek zijn naar eten. Eerst hoorde ik een groepje Koolmezen waar wat jongen tussen zaten, en later kwam een groepje Staartmeesjes langs met wat jongen. Jongen van de Staartmees zijn te herkennen aan een rode oogrand, bij volwassen Staartmezen is deze geel. Ook hebben jonge Staartmezen nog wat meer zwart op de kop dan de volwassenen.

Eind juni liep ik mijn laatste telronde van dit broedseizoen door het Gastels Laag. Ook deze laatste ronde was de Boomvalk in het gebied, deze keer met territoriaal gedrag. Erg interessant, ik vermoed dat hij aan de rand of net buiten het gebied misschien een nest heeft. Andere vogels in het gebied zoals de Kleine Karekieten waren druk met het voeren van hun jongen.

In totaal hebben dit broedseizoen zo’n 26 vogelsoorten in het gebied gebroed. Het is mooi om te zien dat een relatief klein natuurgebied zoveel soorten kan voorzien van een geschikte plek om te broeden. Ik kijk nu al uit naar de komende jaren, want dat zal waarschijnlijk nog veel meer mooie vogelmomenten en zonsopgangen opleveren. Maar het meest benieuwd ben ik naar de ontwikkeling van de broedvogels in het gebied; zal het aantal broedende soorten in de komende jaren gelijk blijven? komt de Boomvalk terug in het gebied? kan ik weer een koppeltje Watersnippen ontdekken?

Nu nog even nagenieten van de herinneringen en foto’s, en natuurlijk loop ik deze zomer nog af en toe een rondje om de jonge vogels, mooie vlinders en libellen in het gebied te bewonderen.

Authentieke schoonheid in de beekvallei van het Merkske

Het Merkske is een zeldzaam authentiek natuurgebied, het is namelijk een van de weinige plekken waar de oorspronkelijke loop van een beek (het Merkske, een zijtak van de Mark) in ere is gehouden. In het zuiden van Brabant (onder Breda) op de grens met België mocht de natuur in het beekdal grotendeels zijn eigen gang gaan, en ook de plaatselijke boeren lieten het landschap in zijn waarde. Houtsingels, bramenwallen, zandpaden, bloemrijke graslanden en water minnende Elzenbossen zorgen voor een uitstraling van het landschap dat niet van deze eeuw lijkt. Ik maakte er afgelopen maanden twee keer een wandeling in een ander gedeelte, want het gebied is vrij uitgestrekt. Dat was twee keer genieten van prachtige rustige wandelingen met veel vlinders, vogels en mooie doorkijkjes in het coulisselandschap.

Halsche Beemden

Eind juni liep ik een knooppunten route bij de Halsche Beemden (74-75-97-98-73-74). Het was soms nog best even zoeken naar de routepaaltjes tussen de hoge begroeiing, maar uiteindelijk kwam dat gelukkig goed. Er is een fijne wandelfolder voor alle routes in het Merkske. Deze ochtend had ik helaas weinig vogels goed in beeld gekregen, maar de insecten waren in grote hoeveelheden en variaties aanwezig. Pantserjuffers, een rups van de Sint-Jacobsvlinder, een Gewone Oeverlibel, een Pluimvoetbij, een nimf van de Groene Schildwants en de Groene Rietcicade.

Heel soms probeerde de zon even door te komen, en wat later op de ochtend kwamen de vlinders dus ook wat meer tevoorschijn. Op het zandpad zat een Distelvlinder zich op te warmen in de zon. De Distelvlinder is een trekvlinder, ze verspreid zich in de zomer vanuit Zuid-Europa naar het noorden. Eenmaal hier aangekomen brengen ze in de zomer een nieuwe generatie voort, deze vliegen eind van de zomer terug naar Zuid-Europa. In Nederland kunnen Distelvlinders niet overwinteren. Het aantal Distelvlinders dat we zien kan per jaar erg veel verschillen. Een van mijn favoriete vlindergroepen is de Dikkopjes. Vandaag fotografeerde ik het Groot Dikkopje. Deze standvlinder (deze soort trekt niet) komt vrij algemeen voor in ruigtes en natte graslanden op zand- of veengronden. Deze soort is het makkelijkst te herkennen ten opzichte van de andere oranje Dikkopjes zoals het Zwartsprietdikkopje en Kommavlinder aan de haakjes aan de uiteinden van de voelsprieten. Deze haakjes komen alleen voor bij het Groot Dikkopje.

Op sommige velden in het gebied worden er ouderwetse graanakkers ingezaaid, hier stimuleren ze ook de groei van bloemen als Korenbloem en Kamille voor een soortenrijke akker. Hier kunnen veel insecten zoals bijen van profiteren. Na ieder stukje akker, wei of bos is het weer een verrassing wat er achter de tussenliggende houtwal of bossen voor landschap tevoorschijn komt. Dat was een paar uur genieten van slingeren door het landschap, over de beek en over de grens met België en Nederland (want het Merkske volgt voor een groot gedeelte de grens tussen België en Nederland).

De Broskens

Begin juli vertrok ik vroeg op de ochtend voor weer een nieuwe wandeling in het Merkske in deelgebied De Broskens. Het was lekker warm al en windstil. Op de eerste paadjes genoot ik van het nog gouden zonlicht dat door de bladeren heen viel. Pas uitgevlogen Roodborstjes, Zwartkoppen en Tjiftjaffen die in de bomen en struiken zaten, werden goed in de gaten gehouden door de ouders. Waar vorige keer de vogelgeluiden erg schaars waren, werd er nu volop geluid gemaakt. Vooral alarmerende ouders dan, maar toch! En een vogel die wel zijn zang liet horen was een grote wenssoort van deze dag.. maar deze te zien krijgen kostte veel pogingen en geduld.

Sommige jonge vogeltjes kwamen toch even heel nieuwsgierig kijken, waardoor ik snel een enkele op de foto kon vastleggen. Al waren de meesten me toch te rap.

Tijdens die eerste kilometers met schattige kleine vogeltjes hoorde ik al het roepen van een iets grotere vogel in de verte. Natuurlijk hoopte ik heel hard dat ik deze ook nog zou zien. Afgelopen maanden heb ik ze bij de Pannenhoef al af en toe zien overvliegen, maar ze waren me steeds te snel af om ze goed te bekijken en fotograferen. Vandaag had ik heel veel geluk, want er kwam er juist toen ik in een open veld liep een heel rustig overvliegen. De prachtige Wespendief!

Tussen mei en oktober kun je in Nederland deze unieke roofvogel tegenkomen. De Wespendief eet zoals zijn naam verklapt vooral wespen. Ze volgen wespen om hun nest te vinden, want het liefst eten ze de poppen en larven. Buiten het broedseizoen overwinteren Wespendieven in tropisch Afrika, ten zuiden van de Sahara. Qua uiterlijk is hij van een afstand nog wel eens te verwarren met een Buizerd door zijn formaat en kleur, maar de Wespendief heeft een kenmerkende smallere kop en de staart is langer met scherpere hoeken.

Toen ik verder liep door een stuk met wat meer begroeiing zag ik in de verte een klein zoogdier met oranjebruine vacht het pad oversteken. Ik probeerde er voorzichtig in die richting te lopen om te kijken of ik het nog kon zien, maar precies toen kwam ik mijn eerste tegenligger tegen van de dag. Dit bleek een nuttige ontmoeting met een natuurliefhebber die zeer regelmatig in het gebied komt en me dus van alles kon vertellen over waar en wanneer je de beste kans hebt om bepaalde soorten te zien. Ik liep een klein stukje mee terug en kreeg wat tips. Volgend voorjaar kan ik goed voorbereid op zoek naar bijvoorbeeld de Wielewaal.

Maar in mijn hoofd was ik nog bezig met wat ik gezien zou hebben kort voor ik diegene tegenkwam. Ik liep voorzichtig de bocht door waar ik dat diertje had zien oversteken, en ja hoor, wat een geluk! Daar stond vlakbij me in het hoge gras, een kleine Ree. Ik ging rustig laag zitten, en de jonge Ree (op zijn achterlijf zaten nog wat vervagende witte vlekken, ze zijn dan waarschijnlijk tussen de twee en vier maanden oud) keek mij nieuwsgierig aan. Rustig aan liep hij verder terwijl hij nog af en toe omkeek. Toen hij weer van het pad af de hoge begroeiing in liep vervolgde ik ook mijn weg. Ik was tenslotte nog niet eens halverwege de route en het begon al aardig warm te worden.

Ik had tips gekregen voor het zoeken van Grauwe Klauwieren en Boomkikkers, dus daar wilde ik zeker ook nog wat tijd voor uittrekken. Maar het vogelgeluid dat ik al vanaf het begin van de wandeling veel hoorde bleef nu eindelijk zitten. En de Geelgors die het geluid maakte had ik eindelijk eens rustig in beeld. Ze zijn zo mooi! De mannetjes hebben een kenmerkende felgele kop, keel en borst. De vrouwtjes zijn wat valer geel, maar de roodbruine rug is bij zowel het mannetje als vrouwtje altijd kenmerkend. De Geelgors komt voor in kleinschalig en afwisselend boerenland, daardoor komt hij inmiddels nauwelijks meer voor in het westen van Nederland. Plaatselijk (met name in Drenthe) gaat het gelukkig wel goed en nemen de populaties weer toe. Daar staat het landschap er net zoals in het Merkske om bekend dat er veel afwisseling is tussen akkers, houtsingels, braamwallen en bosjes. Ik maakte wat foto’s terwijl hij stug doorzong vanaf zijn zangpost.

En daarna vond ik eindelijk de twee soorten van de tips ook nog. Terwijl ik de boomtoppen afspeurde op Grauwe Klauwieren kwamen ze toevallig van achter me het veld in vliegen. Ik heb ze zeker een half uur rustig kunnen bekijken terwijl ze aan het jagen waren. Grauwe Klauwieren jagen in velden vanaf hun uitkijkposten op grote insecten zoals kevers en bijen en kleine zoogdieren, reptielen en vogels. Zelfs de jongen kwamen in het zicht om eten bedelen bij de hardwerkende ouders. Voor de foto’s zaten ze wat ver weg, maar ik wilde ze uiteraard niet verstoren dus bleef op gepaste afstand.

In de bramenstruik bij een poel zocht ik nog naar de Boomkikker, en ja, ik kreeg er één te zien. Prachtig mooie beestjes waarvan je bijna niet verwacht die in Nederland te vinden. De natuurlijke verspreiding ligt ten oosten van de denkbeeldige lijn Groningen-Apeldoorn-Breda-Middelburg. Rond 1990 was het dieptepunt in aantallen voor de soort bereikt toen de populaties met 80% waren afgenomen, daarna is men de benodigde poelen en het landbeheer gaan herstellen in het belang van de Boomkikkers. Ook zijn op enkele plaatsen in Brabant en Limburg Boomkikkers opnieuw uitgezet in gebieden waar ze vroeger voorkwamen. De laatste jaren neemt het aantal sterk toe. In de duinen in Zuid-Holland en Noord-Holland, en sommige gebieden in Drenthe komen ze inmiddels ook voor door illegale uitzettingen. In juli zijn de meeste jonge gemetamorfoseerde Boomkikkers in de struiken in de omgeving van de poelen te vinden. Deze zien er hetzelfde uit als de volwassenen, maar dan in mini formaat. Later tijdens de wandeling vond ik bij een poel nog meerdere mini Boomkikkers op een Bramenstruik. Die waren nóg lastiger dan het grotere exemplaar dat ik eerder al vond.

Met de warmte zag ik nog flink wat vlinders en libellen; waaronder Bruinrode Heidelibel, Landkaartjes, Oranje Zandoogjes, Gehakkelde Aurelia, Dagpauwoog en Atalanta vlinders. De Roodborsttapuit man hield goed de wacht over zijn territorium terwijl zijn jongen op verkenning waren. En ondertussen werd ik behoorlijk lastig gevallen door Dazen, maar dat had ik graag over voor deze mooie en zeldzaam soortenrijke wandeling. Zeker een gebied om nog vaker te bezoeken!

Mei in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Al bijna een jaar geleden boekte ik een vogelexcursie bij Arjan Dwarshuis in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een gebied waar ik al veel over gehoord, gezien en gelezen had, maar zelf was ik er nog nooit geweest. Daar moest verandering in komen, en om dan gelijk wat bij te leren van de man met het wereldrecord vogelsoorten in één jaar (ruim 6500 soorten) was natuurlijk iets dat ik wel eens mee wilde maken. Uiteraard was ik na een ochtendje nog niet klaar en wandelde ik zelf nog een ronde. En een goede week later zou ik toevallig alweer naar hetzelfde gebied afreizen.

Eerste bezoek – 11 mei

Ochtendje vogels kijken (en vooral luisteren)

Vroeg op de ochtend verzamelden we op de parkeerplaats bij de Amsterdamse Waterleidingduinen voor een excursie met Arjan Dwarshuis. Al binnen de eerste paar meters hoorden we een Appelvink en Grauwe Vliegenvanger. Helaas was het nog wat donker en zagen we ze niet super goed. In het meer open gebied was het wat gemakkelijker om vogels ook te zien te krijgen. Zo zagen we onder andere een Slechtvalk, Oeverloper, Boompieper en Boomleeuwerik. Ook vonden we tijdens deze vroege wandeling de eerste Boomvalken en een uitslapend Vosje. Later op de ochtend kwam de zon er steeds meer door, en na de excursie was ik nog zeker niet uitgekeken in het gebied. Met een laatste tip van Arjan voor het zien van een Fluiter ging ik snel weer op pad.

Tweede ronde

Vlug stopte ik wat extra eten en drinken in mijn tas en liep ik terug de duinen in. Er was afgelopen dagen een Fluiter gehoord en gezien, dus die wilde ik nog even proberen te vinden. Al snel werd ik opgehouden door twee mooie Zandhagedissen. Deze mooie hagedis is vooral te vinden op droge struikheideterreinen zoals de Veluwe, en in de duinen. In het voorjaar krijgen de mannetjes de opvallende felgroene kleur op de flanken, een prachtig gezicht is dat. De minder opvallende vrouwtjes kiezen een zonnig, onbegroeid plekje voor het leggen van hun eieren in een kuil van ongeveer 5 tot 10 centimeter diep.

Na wat foto’s van de razendsnelle Zandhagedissen liep ik weer verder. Maar dat schoot wederom niet echt op. Deze keer hoorde ik hetzelfde geluidje dat we vanochtend ook al een tijd achterna zaten zonder succes; het geluid van de Grauwe Vliegenvanger. Deze keer zat deze onopvallende vogel wel mooi in het zicht! Dus daar moest ik even de tijd voor nemen om deze rustig te bekijken en fotograferen. De zang van de Grauwe Vliegenvanger is in vergelijking tot de meeste andere zangvogels een onopvallend fluitje ‘tsiet’.

Grauwe Vliegenvanger

Daarna door naar de Fluiter. Weer onderweg afgeleid door onder andere een mooie Rouwkwikstaart (een Witte Kwikstaart die er net anders uitziet met als beste kenmerk een glanzende gitzwarte rug in plaats van een grijze rug), deze Kwikstaarten broeden vooral in Groot-Brittanië, Ierland en IJsland en zijn zo nu en dan in Nederland te bewonderen.

Ook de vlinders begonnen te ontwaken later op de dag, en zo genoot ik van de Icarusblauwtjes, Hooibeestjes en Kleine Vuurvlinders. Het was maar goed dat ik onderweg voor deze mooie vogels en vlinders stopte, want de Fluiter liet niet van zich horen helaas. Dus liep ik terug richting het gedeelte van de Amsterdamse Waterleidingduinen waar ik de Boomvalken en Vossen gespot had vanochtend in de hoop deze nog eens te zien.

Mijn wens om de Boomvalken en Vossen nog eens beter te zien kwam gelukkig wel uit. Terwijl ik dacht even rustig te pauzeren op een duin kwam er ineens een Vosje tevoorschijn die rustig zijn ding deed, tevergeefs een muis probeerde te vangen en daarna voordat hij doorliep zijn gebied markeerde met een plasje.

Toen ik later doorliep kwam nog een Vos me tegemoet gelopen, wat zijn ze toch prachtig. En dit vrouwtje begon in een struik te turen, draaide wat met haar oren, stak de neus wat verder in de bossen en hap! Beet! zo behendig en snel. Toen zij haar weg na deze snack vervolgde liep ik ook weer verder. En niet lang daarna bofte ik dat een Boomvalk prachtig aan het jagen en eten was vlak boven mijn hoofd.

De Boomvalk is een kleine, wendbare valk met de kenmerkende roodbruine ‘broek’ en spitse vleugels. Een prachtige luchtacrobaat die is gespecialiseerd in het vangen van vliegende prooidieren zoals kleine zangvogels en, in dit geval, libellen. De Boomvalk is slechts van April tot September in Nederland en overwinterd ten zuiden van de Sahara. Het aantal broedparen neemt langzaam af, één mogelijke verklaring (van de velen) kan zijn dat ze oude nesten van Zwarte Kraaien en Eksters gebruiken. Deze kraaiachtigen worden vaak verjaagd omdat men er overlast van ervaart. Libellen worden in de vlucht opgegeten, een erg bijzonder en kunstig gezicht als je het mij vraagt. Libellen zijn in ieder geval in overvloed aanwezig in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een veelheid aan Viervlek libellen ben ik tegengekomen, maar ook de Glassnijder en Gevlekte Witsnuitlibel heb ik waargenomen.

Na het zien van de Boomvalken tijdens mijn eerdere bezoek trok de lucht snel dicht. Ik was nog geen half uur binnen toen de eerste druppels regen vielen. Ik wist natuurlijk dat ik op korte termijn weer zou wandelen in dit gebied, dus moe en voldaan rustte ik uit van de ruim 20 kilometer die ik deze dag had gewandeld.

Tweede bezoek – 22 mei

Elf dagen later al! Met twee mede-natuurliefhebbers gingen we wederom op zoek naar een Vos, Boomvalk, Zandhagedis en al het andere moois dat we maar tegen zouden komen. En dat stelde zeker niet teleur. Al bij het begin van de wandeling hing een prachtige grote Snoek in het water, wat een indrukwekkend beest! En niet kort daarna vonden we terwijl we wat Argusvlinders fotografeerden nog een indrukwekkend mooi beest; de Zandhagedis. Een felgekleurd mannetje kruiste ons pad. Hij was zo rap dat het behoorlijk lastig was om een goede foto te maken, maar genieten was het zeker. De libellen die we daarna zagen waren een stuk gewilliger voor de foto’s terwijl ze nog wat aan het opwarmen waren. Op de foto zie je een Gewone Oeverlibel. Deze libel komt algemeen en wijdverspreid voor in stilstaande of zwak stromende watertjes in het hele land. Na twee tot drie jaar overleven als larve tussen de modder en plantresten in het water sluipen de libellen van begin mei tot eind augustus uit.

De rest van de dag vonden we nog veel meer mooie watergebonden soorten en tafereeltjes zoals de baltsende Futen, Groene Kikkers en kikkervisjes, jagende juffers, Rugstreeppadden, de larvenhuidjes van Libellen en Boomvalken jagend op verse Libellen. Zo prachtig om een gebied in al zijn facetten van het ecosysteem te kunnen meemaken.

Voor een doelsoort van de dag moesten we wat meer moeite doen dan de vorige keer toen ik het gebied bezocht, maar toch lukte het later op de dag nog. Ineens spotten we een prachtig Vosje dat achter ons langs loopt. Voorzichtig proberen we de Vos wat te benaderen, maar dat voorzichtig was absoluut niet nodig. Zodra hij of zij ons in de gaten had kwam het op ons af gelopen om te inspecteren of we misschien wat te eten bij hadden. Erg leuk natuurlijk om het mooie beestje zo dichtbij te bewonderen, maar jammer en een rare gewaarwording dat het natuurlijke schuwe gedrag hier helemaal weg is bij de Vossen. Uiteraard voeren wij geen “wilde” dieren, dus al snel waren we niet interessant en vervolgde het Vosje zijn weg.

Na nog een paar mooie vlindertjes waaronder het Icarusblauwtje en de Kleine Parelmoervlinder sloten we de warme dag af met een lekker ijsje. We zullen zeker nog eens een bezoekje brengen aan dit leuke soortenrijke gebied.

Kennemerduinen

Half mei had ik een mini-vakantie gepland, en in die vakantie heb ik twee gebieden bezocht die ik al heel lang eens wilde zien. Een van die twee gebieden was dus Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Een prachtig groot natuurgebied in de Noord-Hollandse duinen. De Bloemrijke graslanden in deze duinen zijn zo waardevol dat ze onderdeel van het Europese natuurnetwerk Natura 2000 zijn. De eerste dag/wandeling werd ik lichtelijk gezandstraald, maar de tweede poging twee dagen later was gelukkig wat rustiger en zonniger qua weer. Veel mooie vogels gehoord en gezien, en nog veel meer natuurlijk. De Kleine Parelmoervlinder, Argusvlinder en Vos waren voor mij hoogtepunten om tegen te komen tijdens mijn wandelingen in een rustig gebied.

Eerste poging – grijs en stormachtig

Het zou de hele dag grijs en stormachtig zijn. Toch waagde ik het erop en begon rond de middag nog een wandeling in de Kennemerduinen vanaf parkeerplaats Parnassia. Het zonnetje probeerde er voorzichtig door te komen de eerste uren, maar de wind was vanaf het begin al wel nadrukkelijk aanwezig. Af en toe kon je tussen de duinpannen even aan het zandstralen ontkomen. Daar zag je dan soms een enkel vlindertje (Argusvlinder) of een libel (Platbuik) voorbijvliegen, maar het licht en de wind maakten het moeilijk ze te fotograferen. De Duinviooltjes stonden prachtig in bloei. Dit is onder andere de waardplant van de Kleine Parelmoervlinder, een van de soorten die ik hoopte te zien deze dagen. Langs de Schotse Hooglanders en het Vogelmeer (met wat broedende Aalscholvers, Meeuwen en een koppeltje Dodaarzen) liep ik naar het uitzichtpunt. Het grootse gevoel van het gebied kwam hier extra tot zijn recht. Hierna liep ik terug naar de auto, en niet lang daarna begon het te regenen.

Poging twee – zomers en zonnig

Twee dagen na mijn eerste bezoek was het een stuk zonniger en warmer. Ik had nog een ochtend de tijd en besloot hetzelfde rondje nog eens te proberen. Met de zang van een Nachtegaal en Grasmus op de achtergrond begon ik al met een leuke waarneming van een Konijn. Helaas gaat het niet super goed met de konijnenpopulaties in Nederland, daarom vind ik iedere waarneming van deze mooie dieren wel extra fijn (ook al zie ik ze altijd in mijn telgebied voor broedvogels). Deze ‘kleine grazers’ kunnen erg waardevol zijn voor meer structuurdiversiteit in een ecosysteem. Graspiepers en Boomleeuweriken deden prachtige baltsvluchtjes tijdens de zang, en even verderop was ik net zo blij met het zien van een natuurlijke vijand van het Konijn;

De Vos. Ik stond rustig wat landschappen te fotograferen terwijl een prachtig Vosje door mijn plaatjes kwam wandelen. Het was een grote wens van mij om ze eens mooi dichtbij te zien. In de meeste gebieden zijn Vossen erg schuw en alleen in het donker en bij schemer actief, maar in het duingebied tussen Den Haag en IJmuiden is de kans groot om ze ook overdag tegen te komen. Laatst probeerde ik het al bij duingebied Meijendel bij Den Haag, maar daar had ik helaas geen geluk. Dus toen ik de Vos zo dichtbij trof heb ik genoten van het moment en een paar foto’s gemaakt tussendoor. Na een minuut of vijf vervolgde de Vos zijn weg en liep ik ook verder. Onderweg vond ik onder andere een mooie grote Wijngaardslak en een Bruin Blauwtje. Ook zat een paartje Boomleeuweriken elkaar het hof te maken. Ze hadden totaal niet door dat ik langsliep, dus het was super om het gedrag zo dichtbij te kunnen bekijken.

De vlinders waren een stuk makkelijker te vinden met het zonnige weer. Zo ook de vlindersoort die ik graag wilde fotograferen. De Kleine Parelmoervlinder, het is een prachtig getekende kleine oranje vlinder die het in de duinlandschappen goed doet. Ook in andere zandige gebieden met schrale graslanden en in bermen kan deze soort voorkomen. Van april tot oktober vliegen de vlinders, met een piek in juli en augustus. De soort kan verward worden met andere Parelmoervlinders (bijv. de Duinparelmoervlinder is wat groter en het vlekkenpatroon aan de onderzijde van de vleugels is hoekiger waar de witte vlekken bij de Kleine Parelmoervlinder ovaal zijn), maar veel soorten kunnen op basis van leefomgeving, vliegtijd en zeldzaamheid worden uitgesloten.

Dit gebied zal ik zeker nog vaker bezoeken in de toekomst. Ik ben erg benieuwd om het in wat verschillende seizoenen te ontdekken en fotograferen. En er ligt een ander mooi gebied vlakbij waar ik ook zeker veel moois heb gezien, die blog volgt nog..

Strandgasten, doortrekkers, een zeldzame vlinder en een dwaalgast

Op bevrijdingsdag had ik zin, energie en tijd om weer eens mijn favoriete rondje richting zee te maken. Ik vertrok rond half zeven thuis, en om half acht wandelde ik een grijze en rustige Kwade Hoek in. Rustig qua mensen en wind, maar zeker niet rustig qua vogels. Na een mooie wandeling en wat andere kortere stops reed ik nog naar een zeer specifiek gebied bij Tholen, want daar zat een mooie dwaalgast.

Op 14 mei had ik ook nog een workshop landschapsfotografie in de Kwade Hoek en bij de Brouwersdam. Een prachtige zonnige dag met ook weer een bijzondere waarneming!

Kwade Hoek

Op beide meidagen hoorde ik al gelijk toen ik het gebied inliep het prachtige geluid van de Zomertortel. Een kleine, schuwe duif die in de zomerperiode in Nederland te vinden is, maar zeer wordt bedreigd door jacht langs de migratieroute. Vanuit tropisch West-Afrika vliegt deze via het Middellandse Zeegebied en West Frankrijk tot in Nederland en de rest van West Europa. Deze duif is een stuk kleiner dan de andere duivensoorten in Nederland en heeft kenmerkende roodbruine bovendelen/ vleugels met zwarte stippen en een zwart-wit gestreept patroon in de hals. Omdat ze zo schuw zijn is het lastig om ze te zien te krijgen, maar het geluid is ook al schitterend en goed herkenbaar.

Zomertortel vorig jaar zomer in het gebied De Manteling bij Domburg.

De Zomertortel liet zich niet zien. In de duinen hoorde en zag ik wel vele andere soorten waaronder een Rietzanger, Graspiepers, Braamsluiper, Grasmus, Cetti’s Zanger, Blauwborst, Koekoek en Nachtegaal. Maar ik had op 5 mei vooral mijn hoop gevestigd op het zien van mooie strandgasten; een Dwergstern en Strandplevier. Beiden zijn gelukt! Een groot gedeelte van het gebied is tijdens het broedseizoen afgesloten zodat de Strandpleviertjes rustig kunnen broeden, maar soms laten ze zich even langs de vloedlijn zien om te eten. Zo ook vandaag. Het was een grijze dag (helaas voor de foto’s), maar daardoor super rustig in het gebied. Daar profiteren de dieren van. Er kwam zelfs een Zeehond rustig op het strand liggen.

Op 14 mei zou ik eigenlijk alleen in de middag en avond een workshop hebben, maar omdat er een bijzondere vlinderwaarneming was gedaan en het weer zo heerlijk was ben ik al in de ochtend naar de Kwade Hoek gegaan. Heerlijk de hele dag genoten van de vogels (onder andere een Blauwborst, Koekoek, Grasmus, Bruine Kiekendief en Lepelaars) en natuurlijk de vlinders. Op het strand was een zeer opvallende grote groep Bontbekplevieren aan het foerageren met daartussen enkele Bonte Strandlopers en Drieteenstrandlopers. Er broeden maar zo’n 320 tot 390 paartjes van de Bontbekplevier in Nederland, maar op doortrek komen er van 12.000 tot wel 29.000 van deze kleine vogeltjes door Nederland. De vogels die in mei doortrekken broeden in de noordelijke gebieden in Europa van IJsland en Scandinavië tot Noord-Rusland. Toen het vloed opkwam begonnen ze prachtig in grote zwermen over het strand te vliegen, een bijzonder mooi gezicht was dat.

Vlindertjes

op 14 mei zag de Kwade Hoek er lang niet zo kwaad uit met zijn strak blauwe lucht. De vlinders zijn al volop aan het rondfladderen. De Hooibeestjes en Icarusblauwtjes waren goed vertegenwoordigd, en daartussen ging ik op zoek naar één specifiek vlindertje. Eerdere dagen was de zeer zeldzame Veldparelmoervlinder ingevoerd op waarneming.nl. Deze vlinder was in de jaren 90 in Nederland uitgestorven en pas sinds enkele jaren wordt deze weer gezien in Limburg en het oosten van Noord-Brabant. En nu dus in de Kwade Hoek. Na ruim twee uur zoeken en bij alle oranje vlindertjes schrikken of het die ene is, vond ik er één. Een werkelijk prachtig vlindertje met een kenmerkend patroontje aan de onderkant van de vleugels! ( Op foto 1, 3 en 5 zie je de Veldparelmoervlinder, op de andere foto’s zijn Hooibeestjes in paarhouding en een Icarusblauwtje te zien)

Landschappen

Op 14 mei had ik dus een workshop landschapsfotografie en het gebruik van filters daarbij. Een leerzame middag/ avond, waarbij ik wat trucjes heb geleerd om sneller te zien of ik alle informatie qua belichting in mijn foto heb kunnen vangen. Zo kan ik ook als ik wat minder tijd heb om op mijn gemak een foto van het landschap te maken (bijvoorbeeld als ik vogels aan het tellen ben) wat meer uit mijn foto’s halen. Op de Kwade Hoek is het landschap altijd prachtig, maar toch is het soms een uitdaging op een vrij minimalistisch landschap als een strand toch een interessante landschapsfoto te maken. Hieronder een paar foto’s die ik zelf wel leuk geworden vond.

Brouwersdam

Metamorfoses op de Brouwersdam

In deze tijd van het jaar (late voorjaar) is het meeste spannende niet meer te zien langs de Brouwersdam. Maar als je er toch langsrijd, dan is het zeker nog de moeite om een kijkje te nemen bij de kleine steltlopertjes. De Drieteenstrandlopers, Paarse Strandlopers en Steenlopers broeden allemaal veel noordelijker en zullen binnenkort dan ook wegtrekken, maar nu zijn ze er nog en wisselen ze al van hun winterkleed naar het zomerkleed. Ontzettend leuk om te zien hoe prachtig dat eruitziet. Vooral de Steenlopers zijn ware kunstwerkjes en waren in de meeste gevallen al goed naar het zomerkleed gewisseld. Ook de Paarse Strandlopers beginnen al wat meer oranje accenten in het verenkleed te krijgen, en de poten die in de winter knaloranje zijn worden wat meer groenig in de zomer. Hieronder op de foto’s zie je de verschillen met de winter en hoe ze er nu uitzien.

Zonsondergang fotograferen met filters

Een interessante toevoeging op landschapsfotografie is het gebruik van filters. Ik zie andere fotografen er vaak prachtige foto’s mee maken, maar zelf ben ik er nog niet zo bekend mee. Tijdens de eerder genoemde workshop kregen we daarover dus wat meer uitleg, en mochten we wat filters uitproberen. Ik probeerde een grijsfilter om de sluitertijd te kunnen verlengen waarmee je de zee een wat rustiger beeld kunt maken, en een verloopfilter om tijdens zonsondergang meer contrast in de lucht te krijgen (want het contrast tussen lucht en voorgrond is erg groot als je tegen de zon in zonsondergang fotografeert, en de camera kan niet zo goed met dat contrast omgaan). Hieronder wat foto’s die ik gemaakt heb met de filters, best leuk geworden voor een eerste poging. En ik ga het zeker vaker gebruiken!

Natuurlijk kon ik het niet laten om tijdens het fotograferen met de filters ook nog wat foto’s te maken van overvliegende vogels en andere mooie momenten. De Visdiefjes kwamen nog regelmatig voorbij met vers gevangen visjes en de maan was ook prachtig helder deze avond.

Doortrekkers en een dwaalgast

De Prunjepolder is altijd een leuk plek om veel vogels te zien. Zeker in het voorjaar en najaar. Veel vogels doen het gebied aan tijdens hun migratie om uit te rusten en bij te eten voor de rest van de tocht. Hieronder zie je op de foto’s onder andere een Rosse Grutto, Groenpootruiter en Zwarte Ruiter. Alle drie deze soorten worden vooral op doortrek gezien in Nederland, want ze broeden in noordelijkere gebieden zoals Scandinavië en Noord-Rusland.

Grote Grijze Snip

Op 5 mei had ik nog een stop bij een voor mij nieuwe plek. Al een flink aantal dagen verbleef er een Grote Grijze Snip op Tholen. Dus ik moest nu toch ook wel eens gaan kijken. Het was niet een super groot gebied, maar het barstte van de mooie soorten. Er zat een flinke groep Rosse Grutto’s in de verte te rusten, er kwamen wat Rotganzen de veiligheid van het water opzoeken, en er zaten flink wat Kokmeeuwen, Visdiefjes en Kluten te broeden. Een gebied wat zeker vaker een bezoekje waard is dus.

Maar die Grote Grijze Snip. Die zat dus op zijn gemak te slapen met zijn kop in zijn verenpak. Ondertussen fotografeerde ik daarom maar een mooie Tureluur, een stel vechtende Bergeenden en een Lepelaar die werd aangevallen omdat hij te dicht langs het nest van de Kokmeeuwen liep. Het zonnetje kwam af en toe door, dus het wachten was goed vol te houden. En het wachten werd beloond, want na zijn middagdutje besloot de Grote Grijze Snip om zich toch nog te laten zien. Heerlijk rustig foeragerend heb ik geruime tijd genoten van deze mooie dwaalgast. Normaal broed deze vogel in Noord-Amerika en Oost-Siberië. Eens in de zoveel tijd komt er een per ongeluk in Nederland terecht. Leuk dat wij vogelliefhebbers even van deze mooie vogel mochten genieten.

Voorjaarswandeling op de Sint-Pietersberg

Afgelopen week stond er een concert op de agenda waar ik al lang naar uitkeek. Gezellig met een goede vriendin naar de White Lies in het mooie Maastricht. Het concert was super! En de volgende ochtend was het mooi weer, dus maakte ik ook nog even een rondje bij de Sint-Pietersberg en ENCI groeve. Dat is weer eens wat anders dan het Brabantse landschap, en zeker later in het seizoen nog een bezoek waard.

Uitzicht

Vanuit het centrum van Maastricht loop je zo de Sint-Pietersberg op naar het Fort Sint Pieter. Vanaf daar heb je prachtig uitzicht over Maastricht en het Maasdal. Zo ook deze zonnige ochtend. Ik was praktisch alleen vroeg op de ochtend. Het is officieel maar een heuvel, maar we zijn het niet gewend in Nederland dus het voelt toch wel als een vakantiedag in zo’n bijna on-Nederlands landschap. Genieten!

De vroege ochtend is natuurlijk ook de beste tijd om veel vogels te horen en zien. Vanochtend viel vooral de drukke zang van de Grasmus op. Deze is vrij recent terug uit zijn overwinteringsgebieden. Helaas was deze zo druk bezig dat het lastig was er een goede foto van te maken. Een paar bekende “tuinvogels” waren wel goed te zien en fotograferen. Deze vogels zijn natuurlijk ook gewoon minstens zo mooi. De Pimpelmees verdedigde fel alarmerend zijn territorium (met kuif omhoog), de Merel man zat rustig te zingen, de Koolmees verorberde een vers rupsje en de Heggenmus kwam ook eens uit de dichte struiken om voor mij te poseren.

Iets wat je veel ziet in Zuid-Limburg is natuurlijk de Maretak. Vaak een herkenbaar groen bolletje in boomtoppen. Een half-parasitaire plant die wortelt in het hout van andere bomen om aan zijn zouten en water te komen.

ENCI groeve

De Sint-Pietersberg is een zeldzame kalkhelling. Een vroegere zeebodem. Ja, deze heuvel is eigenlijk een overblijfsel van de tijd dat hier Mosasaurussen zwommen in de Krijtzee (aan het einde van het Krijttijdperk). Het heeft in Zuid-Limburg het kenmerkende glooiende landschap van kalkgesteente gevormd (ook wel Mergellandschap). Deze kalkhoudende grond geeft een uniek en divers planten- en dus ook dierenleven.

Dit kalkgesteente bij de Sint-Pietersberg is sinds 1926 afgegraven om er cement van te maken (ENCI; Eerste Nederlandse Cement Industrie). Maar in 2018 is de mergelwinning definitief gestopt, en het gebied is nu in beheer van Natuurmonumenten. Het contrast tussen de oude fabriek en nieuwe kans voor natuur is interessant om te zien. De groeve is een geliefd plek bij vleermuizen, kikkers, insecten en natuurlijk vogels. De bekendste van het gebied is dan natuurlijk de Oehoe. De voorgaande dagen zag ik op waarneming.nl dat de Oehoe was gezien, dus ik zocht alle rotswanden af in de hoop ook de Oehoe te zien. Maar helaas, niet gevonden.

Ik liep verder via het uitkijkpunt en de trappen die de groeve in leiden, en genoot van het landschap en andere dieren die ik tegenkwam onderweg. Stadsduiven (afstammelingen van de wilde Rotsduif die door de mens is gedomesticeerd) zaten kalk te eten langs de stijle wanden. Ook vloog er een Buizerd over (of hij vloog eigenlijk onder). Leuk om een keer een ander standpunt te hebben dan normaal. Eenmaal onderaan de trap hoorde ik een geluid dat ik ken van het industrieterrein vlakbij huis, een Zwarte Roodstaart. Een van mijn favoriete vogelgeluiden, zoek hem vooral op! Helaas kreeg ik het mannetje zo snel niet gevonden, maar het vrouwtje zat op een hekje mooi in het zicht. Verderop langs het pad vond ik een vlindertje wat slechts op twee plaatsen voorkomt (allebei in Zuid-Limburg). Het Bruine Dikkopje leeft op schrale graslanden en kalkgraslanden. Het was een heel klein beestje en hij was me steeds te snel af voor een goede foto. Maar goed gezien en een mooie waarneming. In de plassen beneden in de groeve waren nog wat watervogels te horen en zien zoals de Tafeleend, Dodaars, Wilde Eend, Krakeend en Kuifeend. Er was dan ook genoeg waterleven zoals kikkers en vissen (Voorntjes).

Natuurlijk bos en kalkgraslanden

Eenmaal uit de groeve ging ik langs een natuurlijk bos en kalkgraslanden terug richting het fort waar ik mijn route begon. Helaas duikelde de zon inmiddels regelmatig weg, maar nog genoten van veel planten (onder andere Gewone Ereprijs en Look-zonder-look) die al prachtig in bloei stonden. Ook wat Wolzwevers gefotografeerd. Wolzwevers, de knuffelbeertjes onder de vliegensoorten. Nou ja, qua uiterlijk dan. Ze hebben een harig lijf en een lange snuit waarmee ze nectar uit bloemen (in dit geval vooral op Vergeet-mij-nietjes) opzuigen terwijl ze als een soort Kolibrie in de lucht blijven zweven. De Gewone Wolzwever komt vrij algemeen in zuidelijk Nederland op de zandgronden voor. En dit knuffelbeestje is een broedparasiet. Deze soort legt de eitjes bij het hol van een Zandbij waar de larven de voedselvoorraad en daarna de larven van de Zandbijen opeten.

In de struiken hoorde ik mijn eerste Tuinfluiter dit voorjaar. Het klinkt wat als de Zwartkop maar dan wat meer brabbelend en wat langer aanhoudend. Af en toe kon ik een glimp opvangen van de vogel, maar hij bleef goed verstopt diep in de struiken. Hopelijk lukt het me later dit voorjaar nog om een goede foto te maken van deze soort. Hoog in de inmiddels grijze lucht was nog wat vogeltrek te zien. Eerst vloog er een groep Ooievaars over, later zag ik nog een Visarend hoog overvliegen. Hopelijk zie ik die laatste komende week nog wat beter in de Biesbosch. De Grasmus, die ik vanochtend vroeg ook zag, zat mooi in het zicht te zingen.

Toch nog de Oehoe

Op het eind van mijn wandeling kwam ik dus weer vlak langs het uitkijkpunt op de Oehoevallei en ik besloot voor ik weg ging nog één keer te gaan kijken. En dat was een goede beslissing, want na wederom wat speurwerk zat hij nu in het zicht aan de overkant van het uitzichtpunt. Erg ver weg, maar alsnog oh zo bijzonder. Wat een prachtige imposante vogel. Vroeger werd de Oehoe veel bejaagd (makkelijk groot doelwit), maar inmiddels broedt deze uil met een goed aanpassingsvermogen sinds 1997 weer in Nederland en neemt het aantal Oehoes dan ook langzaam toe. Naast de ENCI groeve is ook de steengroeve bij Winterswijk een bekend broedgebied.

Vogelparadijs in natuurgebied de Blauwe Kamer

Vorige week had ik een gezellig bezoekje in Wageningen gepland, en onderweg kom je dan langs een relatief klein maar toch erg interessant natuurgebied. De Blauwe Kamer. In dit gebied onder beheer van Utrechts Landschap heeft het water van de Nederrijn vrij spel, dit zorgt voor dynamiek in het gebied en dus ook een grote variatie aan planten en dieren. Vooral vogelliefhebbers zoals ik zouden zich hier goed kunnen vermaken, want volgens de website is het een waar vogelparadijs. En nu had ik tijd om in de ochtend even daar te stoppen en een kijkje te nemen. Het stelde niet teleur. Ondanks het wat grijze weer veel mooie vogelsoorten gezien, en vooral genoten van de grote kolonie broedende Lepelaars, Blauwe Reigers en Aalscholvers.

Drie uur in een vogelkijkhut rondhangen

De dagen ervoor had ik al wat lange wandelingen gemaakt, dus wandelen was niet echt het doel van deze ochtend. Gelukkig is er een mooie grote vogelhut waar je uitkijkt op de broedende Lepelaars, Aalscholvers en Blauwe Reigers. Genoeg te zien en beleven dus. Terwijl nog niet alle Lepelaars die in Nederland broeden zijn teruggekomen uit hun overwinteringsgebieden zitten er al een aantal op het nest.

De Lepelaar is een goed voorbeeld van het succes van natuurbescherming. In 1970 broedden er nog maar zo’n 170 paartjes in Nederland, maar inmiddels zijn dit er zeker 3.400! (meer over cijfers) Super goed nieuws natuurlijk, want dit zegt dat het goed gaat met de ontwikkeling van meer dynamische natte natuurgebieden in Nederland. Ze broeden vooral laag bij de grond in moerassige gebieden en dichte rietvelden, maar in toenemende mate in moeilijk bereikbare bomen en struiken. In de Blauwe Kamer is het de laatste optie. In een ondergelopen wilgenbos broeden ze dus tussen de Reigers en Aalscholvers. Gezellig druk, en veilig.

Naast de broedende Lepelaars zaten er ook nog een drietal gezellig samen te badderen, een prachtig schouwspel. En ondertussen waren andere soorten natuurlijk ook druk met partners voeren, takken aanslepen voor het nest, een plekje verdedigen tegen de buren etc. Een gezellige drukte. Ook de Visdiefjes vlogen regelmatig boven het water. Uren gekeken naar het spektakel. En gezocht naar de Kwak.. Ja die vogel bestaat echt. Het is een kleine reiger die hoofdzakelijk in de nacht/schemer actief is. Hij is in dit gebied regelmatig te aanschouwen, dus ik hoopte ook dat geluk te hebben. Alles afturen, met vele andere vogelaars in de hut die hetzelfde hoopten als ik. Allemaal met grote camera’s of telescoop. Fijn als je je even voelt als heel normaal in plaats van als de uitzondering. Gezellige gesprekken zo tussendoor over mooie soorten die recent gezien zijn en hoe ik helemaal uit Brabant in de Blauwe Kamer terechtkom.

K3: Kwikstaart, Koereiger en Kwak?

Voor de vogelhut kwam regelmatig een rap en klein vogeltje langs, een met een schel hoog roepje en een kwikkende staart. Dit was de Witte Kwikstaart. Een veelvoorkomende broedvogel in Nederland, maar daarom niet minder leuk om te zien.

Witte Kwikstaart

Helaas ondertussen nog steeds geen Kwak. Een andere soort die ook zeker noemenswaardig en bijzonder is in Nederland is de Koereiger. Een klein wit reigertje (komt oorspronkelijk uit Afrika) dat een behoorlijke opmars aan het maken is in ons land. Een eerdere blog vertelde ik dat ik hem gezien had in de Zonzeelsche Polder. Ze overwinteren inmiddels namelijk in best redelijke aantallen in Nederland, maar broeden is nog zeer zeldzaam. Toch had het er in de Blauwe Kamer wel enige schijn van dat het tot broeden zou kunnen komen. Er was een viertal Koereigers aanwezig, en daarvan waren er twee in een prachtig broedkleed te zien. Ook gingen ze op een gegeven moment tussen de andere kolonievogels zitten, misschien toch oriënterend op een geschikte nestplaats? Voor het voedsel zijn ze niet zo afhankelijk van waterrijk gebied, maar in de Blauwe Kamer is ook een groot gedeelte bloemrijk grasland. Hier grazen Konik paarden en Galloway runderen, en dit is nu net wat wel interessant is voor de Koereigers. Ze foerageren graag tussen het vee dat insecten of andere kleine beestjes opjaagt tijdens het grazen.

Maar geen Kwak gezien. Helaas.. misschien dat ik hem een andere keer of ergens anders nog eens zie. Op zich heb ik ze natuurlijk al wel gezien in de dierentuin of tijdens een van mijn reizen in het buitenland, maar een in het wild in Nederland blijft wel een kleine wens van mij. Eenmaal thuis ging ik natuurlijk mijn foto’s terugkijken en wat ik daar toch op vond; op een van de foto’s die ik maakte van een overvliegende Koereiger is onderin de rechterkant van mijn foto toch per ongeluk een Kwak te zien. Geen topfoto, maar zeker herkenbaar een kleine reiger met donkergrijze rug en kop én heel herkenbare rode poten (ze zijn alleen rood in de broedperiode). Hoe kon ik die gemist hebben. Teveel te zien op een klein stukje, daar steken we het maar op. Volgende keer toch nóg wat beter zoeken.

Overvliegende Koereiger, met rechtsonderin, rechts van de Lepelaar, de Kwak.

Met nog een klein ommetje door het gebied ging ik terug naar mijn auto. Onderweg af en toe wat miezerregen, maar ook nog wat leuke voorjaarsvogels. Een drukke zang viel me op die ik dit seizoen nog niet eerder had gehoord. en ja, op het bordje voor het stiltegebied zat een prachtige man Gekraagde Roodstaart. Ondertussen ook weer veel Tjiftjaffen en Zwartkoppen te horen. Allemaal terug uit Afrika om in Nederland te broeden.

Zomerse maart in de Pannenhoef

Het broedseizoen is van start. Vanaf maart zie je zeker met het prachtige zachte weer van de afgelopen tijd dat veel vogels volop in de weer zijn. Met partners lokken vanaf de zangposten, met de partnerband versterken met baltsrituelen, met het zoeken en verdedigen van territorium en het bouwen van het nest, en met natuurlijk het leggen van de eerste eieren. En ja, ik heb op vrijdag 11 maart al de eerste twee eieren zien liggen in een nest van een paartje Futen. Ook de Koolmezen in de tuin waren de nestkast druk aan het vullen met nestmateriaal.

Altijd mooi, altijd afwisselend en ook altijd nog verrassend, dus een regelmatig rondje Pannenhoef is altijd een goed idee. Begin maart ging ik vooral om nog even de Klapekster te zien voordat die weer vertrekt naar zijn broedgebied, maar tijdens de wandeling was er ook op de Pannenhoef al heel veel voorjaar te horen en zien. De Vinken doen hun vinkenslag, de spechten waren volop aan het roffelen en roepen en meerdere mezen soorten zag ik druk met het charmeren van een partner of het verzamelen van het eerste nestmateriaal. Én de zomergasten druppelen binnen. De Tjiftjaf, Roodborsttapuit, Boerenzwaluw en Zwartkop zijn weer gehoord en gezien!