Gastels Laag – Broedseizoen 2022

Na een aantal jaren watervogels tellen in de winter, en stadsvogels in het voorjaar vond ik het tijd om me toe te leggen op het volgen van het broedseizoen in een natuurgebied vlakbij huis. Inmiddels ben ik goed in het herkennen van vogels aan hun geluiden, het belangrijkste criterium om een BMP-telling (Broedvogel Monitoring Project) te kunnen doen. Al heel lang kom ik regelmatig in het Gastels Laag, en hier ben ik dan ook dit jaar gaan tellen. Het is een heel klein gebiedje onder beheer van Staatsbosbeheer, maar dit kleine gebiedje heeft een bijzondere soortenrijkdom.

Kwelwater borrelt omhoog

Het Gastels Laag ligt op de rand tussen hogere zandgronden en lagere kleigronden, daar komt grondwater onder druk naar boven en hierdoor heeft zich hier een veengebied gevormd. Rond 1250 begon men met de veenontginning, tot in 1650 niet veel lager afgegraven kon worden en de boeren het gebied in gebruik hebben genomen als hooiland. Toen in 1995 door Staatsbosbeheer de toplaag van het gebied werd afgegraven vonden ze de sporen van de turfwinning in dit gebied.

Ondanks dat vele jaren geleden de oorspronkelijke planten van dit veenlandschap zijn afgegraven en hun achtergebleven zaden onder de grond verstopt zaten, zijn die zaden na honderden jaren opnieuw gaan kiemen in dit gebied.

Gedicht op veenpalen door Geert de Kockere. In vele gebieden in de regio staan deze veenpalen om aan te geven hoe hoog het veen vroeger kwam op deze plaatsen.

Doordat er kwelwater in dit gebied omhoog borrelt komen er veel zeldzame planten voor in het gebied. Het water is schoon en voedselarm, deze omstandigheden zorgen vaak voor veel biodiversiteit in een gebied.

zeven zonsopgangen vogels tellen

Maart – De eerste Tjiftjaf

Telronde 1 & 2

Pimpelmezen, Winterkoninkjes, Merels en Koolmezen zijn al volop aan het zingen om het broedseizoen in te luiden. Ik zie zelfs de Pimpelmezen al nestmateriaal verzamelen van de Lisdodden, een lieflijk tafereel in een verder nog vrij winters Gastels Laag. De eerste Wilgen komen in bloei, en voorzichtig staan ook wat andere bomen in knop. Als eerste kleine afstand trekkers of deeltrekkers (een gedeelte van de populatie trekt niet meer weg in de winter) hoor ik op 15 maart meerdere Tjiftjaffen en Rietgorzen in het gebied. In principe trekt de Tjiftjaf in de winter naar zuidelijkere gebieden, maar in zachte winters blijven er enkelen in Nederland overwinteren. Ze broeden meestal tussen half april tot eind juni.

De vroege ochtend was een succes, je merkt echt dat de piek in zang na zonsopgang langzaam wegebt. Een ander voordeel van het gebied bezoeken in de vroege ochtend is dat je vaak Reeën, Hazen en Konijnen tegenkomt die zich overdag meestal verscholen houden. Eind maart hielden de Hazen een waar spektakel met sprintjes, sprongen en vechtpartijen (rammeltijd), een leuk gezicht tijdens het luisteren naar de vogelgeluiden.

April – Zwartkop en Tuinfluiter

Telronde 3 & 4

De ochtend van 14 april begon met wat laaghangende mist, dit gaf het landschap natuurlijk een extra magisch uiterlijk tijdens de zonsopgang. Dit was zo ontzettend genieten. En dat terwijl ik mijn eerste Zwartkop van het seizoen kon horen en noteren in het Gastels Laag, want het tellen van de vogels was natuurlijk weer het belangrijkste. Je legt steeds dezelfde route af binnen ongeveer dezelfde tijd, dus te lang stilstaan voor de andere mooie dingen is er dan niet bij. Al kun je natuurlijk terwijl je naar de vogelgeluiden staat de luisteren best even een landschap fotograferen met lange sluitertijd!

De Waterhoentjes en Meerkoetjes waren al volop begonnen met het broedseizoen. Één van de koppeltjes Meerkoeten zat te broeden op het nest. Rietgorzen zongen volop, en ook vond ik een tweetal Watersnippen. De eerste pinksterbloemen en andere planten stonden in bloei, en de wilgen komen in blad.

Op 30 april liep ik alweer mijn vierde telronde van het seizoen. Nog steeds verwachtte ik meerdere soorten die terug moeten komen uit hun overwinteringsgebieden, maar het hield weer niet over deze ronde. Ik kon een Tuinfluiter bijschrijven. De Tuinfluiter overwinterd in Afrika, ten zuiden van de Sahara. De zomergasten leken dit jaar wat laat te arriveren, een mogelijke verklaring hiervoor was dat de wind heel lang uit het noorden kwam en de vogels hebben gewacht tot de omstandigheden gunstiger waren om verder noordelijk te trekken.

Qua zang kan de Tuinfluiter nog wel eens verward worden met de Zwartkop, beiden lijken ze wat op een versneld afgespeelde Merel. De Zwartkop begint vaak wat twijfelachtig/ brabbelend en gebruikt veel hoge, heldere tonen. Vooral die hoge, heldere tonen ontbreken bij de zang van de Tuinfluiter. De zang van de Tuinfluiter houd vaak langer aan.

In totaal had ik op 30 april weer zeker 22 vogelsoorten, best mooi voor een relatief klein natuurgebied. Deze wederom mooie ochtend vond ik ook nog wat Kleine Geaderde Witjes op de Pinksterbloemen (Pinksterbloem is een van de waardplanten van deze vlindersoort). De vochtige graslanden en het moeras bevatten zeldzame plantensoorten als Moeraskartelblad, Gevlekte Rietorchis, Veenpluis en Zonnedauw. Deze zijn typisch voor stikstofarme en natte gebieden, en daardoor steeds schaarser in Nederland. Het Moeraskartelblad en Veenpluis stonden in bloei.

Mei – Alle zomergasten uit zuidelijk Afrika zijn gearriveerd!

Telronde 5

Het broedseizoen is druk. Naast mijn tellingen in het Gastels Laag help ik ook mee met het nestkastenonderzoek in het Liesbos. Qua tijd en energie bleef mijn vijfde telronde daarom wat langer uit dan ik eigenlijk van plan was. Maar gelukkig was ik nog op tijd om de zang van recent gearriveerde zomergasten waar te nemen. Ik hoorde weer de Tjiftjaf, Zwartkop en Tuinfluiter, maar ik was nog het meest blij met het horen van de Spotvogel!

Deze kleine zangvogel met grijze bovendelen en gele onderdelen is erg schuw, maar zijn zang is herkenbaar uit duizenden. Vorig jaar hoorde ik de Spotvogel ook al in het Gastels Laag, maar nu was het natuurlijk extra leuk omdat ik hem kon meenemen in mijn telling. De Spotvogel is een echte lange-afstandstrekker die overwinterd in tropisch Afrika ten zuiden van de evenaar tot Zuid-Afrika. De meesten komen aan in Nederland in mei, en hij is dan ook maar relatief kort in zijn broedgebieden voordat hij terug naar Afrika trekt (slechts zo’n drie maanden). Broeden doen ze graag in half open gebied met veel bosjes en struwelen, een habitat dat steeds minder voorkomt in Nederland.

Ik kon mijn ogen bijna niet geloven deze ochtend toen ik een klein valkje zag dat, voor zover ik het bij weinig licht kon zien, verdacht veel lijkt op een Boomvalk. Een Torenvalk zie ik al vele jaren regelmatig in het Gastels Laag, maar dit zou voor mij voor het eerst zijn. Met de kijker en op de slechte te donkere foto’s denk ik het al wel te kunnen bevestigen, maar ik blijf wat twijfelen. Gelukkig zat aan het eind van mijn rondje de valk nog steeds op hetzelfde plek in de bomenrand en kon ik de onderstaande bewijsplaatjes maken. Het was echt een Boomvalk! De Boomvalk zag ik ook mooi tijdens mijn wandelingen in de Amsterdamse Waterleidingduinen, maar zo dicht bij huis is extra leuk.

De meest iconische broedvogels voor het Gastels Laag, naast de Rietgorzen, zijn denk ik toch wel de Kleine Karekiet en Bosrietzanger. Typische soorten voor moeraslandschap met rietkragen en wilgenbossen, al gebruikt de Bosrietzanger ook wel droger en meer bebost gebied dan de Kleine Karekiet. Qua uiterlijk zijn deze soorten vrijwel identiek aan elkaar, en zeker van een afstand bij slecht licht (zonsopgang) niet op uiterlijk te onderscheiden. Gelukkig hebben ze wel een duidelijk verschillende zang. De Kleine Karekiet zingt vrij monotoon en ritmisch zijn eigen naam (onomatopee). “Karre-karre-kiet-kiet”. De zang van de Bosrietzanger is erg gevarieerd met veel imitaties en tempowisselingen. Beide soorten overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Natuurlijk was de zonsopgang ook weer prachtig. Je kunt op de foto’s goed zien hoe hard de bomen en grassen gegroeid waren inmiddels. De Gevlekte Rietorchis en Veenpluis stonden in grote getalen in bloei.

Juni – Rietvogels in grote aantallen

Telronde 6 & 7

Begin juni liep ik nog vlak voor mijn vakantie een telrondje. Het gras stond volop in bloei, en bij iedere stap vloog een wolk pollen uit de grassen. En dat heb ik geweten, ondanks mijn medicatie tegen de hooikoorts was dit toch wat teveel, waardoor ik binnen een half uur nauwelijks nog iets kon zien door de traanogen. Om emotioneel van te worden, zo mooi was de zonsopgang deze ochtend. Gelukkig had ik de foto’s nog!

De Boomvalk zat al op het begin van de route, dus die heb ik nog helder kunnen bewonderen. Vorige maand zag ik deze voor het eerst in het gebied, ik vond het heel bijzonder dat hij weer in het gebied was. Verder heb ik de meeste vogels dus niet echt helder kunnen zien, maar gelukkig is vogels tellen vooral op gehoor te doen. En de niet te missen Koekoek liet zich deze ochtend horen. Ook de Kleine Karekieten, Rietgorzen en Bosrietzangers waren erg actief.

Terwijl deze rietvogels nog druk bezig zijn met het broeden en voeren van de eerste jongen zijn er ook vogels die al met uitgevlogen jongen door het gebied op zoek zijn naar eten. Eerst hoorde ik een groepje Koolmezen waar wat jongen tussen zaten, en later kwam een groepje Staartmeesjes langs met wat jongen. Jongen van de Staartmees zijn te herkennen aan een rode oogrand, bij volwassen Staartmezen is deze geel. Ook hebben jonge Staartmezen nog wat meer zwart op de kop dan de volwassenen.

Eind juni liep ik mijn laatste telronde van dit broedseizoen door het Gastels Laag. Ook deze laatste ronde was de Boomvalk in het gebied, deze keer met territoriaal gedrag. Erg interessant, ik vermoed dat hij aan de rand of net buiten het gebied misschien een nest heeft. Andere vogels in het gebied zoals de Kleine Karekieten waren druk met het voeren van hun jongen.

In totaal hebben dit broedseizoen zo’n 26 vogelsoorten in het gebied gebroed. Het is mooi om te zien dat een relatief klein natuurgebied zoveel soorten kan voorzien van een geschikte plek om te broeden. Ik kijk nu al uit naar de komende jaren, want dat zal waarschijnlijk nog veel meer mooie vogelmomenten en zonsopgangen opleveren. Maar het meest benieuwd ben ik naar de ontwikkeling van de broedvogels in het gebied; zal het aantal broedende soorten in de komende jaren gelijk blijven? komt de Boomvalk terug in het gebied? kan ik weer een koppeltje Watersnippen ontdekken?

Nu nog even nagenieten van de herinneringen en foto’s, en natuurlijk loop ik deze zomer nog af en toe een rondje om de jonge vogels, mooie vlinders en libellen in het gebied te bewonderen.

2 gedachten over “Gastels Laag – Broedseizoen 2022

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: